logo
logo opvulling
Header image
Header image
Header image
logo opvulling
logo opvulling
Home >  Actualiteiten >  Archief > Nieuwsarchief 2007

Nieuwsarchief 2007

Nieuwe oorlogsslachtoffers

Sinds 1989 krijgen, op verzoek van de toenmalige staatssecretaris van Defensie, militairen en burgers die omkomen tijdens humanitaire en vredesmissies de status van oorlogsslachtoffer. Zij kunnen, op verzoek van de nabestaanden, op het Nederlands ereveld te Loenen begraven worden. De personalia van deze slachtoffers worden geregistreerd in het Slachtofferregister van de Oorlogs-gravenstichting dat te raadplegen is via deze website.

Nederland heeft de afgelopen decennia aan een groot aantal vredesmissies deelgenomen, doorgaans met militairen. De mandaten van die missies liepen sterk uiteen. Het kon gaan om het fysiek scheiden van twee vechtende partijen (Cyprus, Eritrea, Libanon), maar ook om het beschermen van vluchtelingen (Congo, ex-Joegoslavië), het ruimen van mijnen (Cambodja), het helpen bij de wederopbouw (Uruzgan, Haïti), het handhaven van de internationale rechtsorde (Afghanistan, Arabisch schiereiland, Irak). Tijdens het uitvoeren van deze missies zijn tot nu toe 39 Nederlandse militairen omgekomen, soms door oorlogshandelingen, maar ook door ongevallen van uiteenlopende aard.

Het besluit tot het doen van vredesmissies wordt meestal genomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN). De bedoeling van deze instelling is onder andere het bezweren van conflicten overal ter wereld om te voorkomen dat er een oorlog uit zou breken. Of, als die al uitgebroken was, zodanig te handelen dat de vrede hersteld zou worden. Sinds 1946 kwam de Veiligheidsraad in dertien gevallen tot het besluit een vredesmissie te organiseren. Na de sterk veranderde wereldpolitiek, in 1989, is dit aantal flink gestegen en worden ook vredesoperaties uitgevoerd onder toezicht van andere internationale organisaties, zoals de NAVO en de Europese Unie (EU). Voorts veranderde sindsdien het karakter van de missies van een vrede-bewarende (peace-keeping) in een vrede-afdwingende (peace-enforcing) taak.

Een weinig bekende vrede-afdwingende missie is die in Korea (1950-1953). Het land werd na de capitulatie van Japan in 1945 verdeeld in twee gebieden, die onder verschillende politieke invloedssferen kwamen te liggen. Het Noorden onder dat van de Sovjet Unie en het Zuiden onder dat van de Verenigde Staten. In de zomer van 1950 openden Noord-Koreaanse troepen de aanval op het Zuiden. De Zuid-Koreaanse regering vroeg de VN om hulp. De Veiligheids-raad mandateerde de internationale gemeenschap om de Noord-Koreaanse troepen met geweld terug te dringen en de vrede en veiligheid in Zuid-Korea te herstellen. Nederland nam aan deze missie deel met een infanterie-eenheid en een marineschip. Aan Nederlandse zijde vielen in Korea 124 doden en vermisten. 

Tot het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw was de UNIFIL-missie in Libanon, in de jaren 1979 t/m 1983, de bekendste waaraan Nederland had deelgenomen. Tijdens deze missie zijn acht Nederlandse militairen omgekomen. Vijf van hen zijn inmiddels herbegraven op het Nederlands ereveld Loenen. De eerste ‘vredesmilitair' die op het ereveld Loenen begraven werd, is soldaat 1 Raviv van Renssen. Hij kwam op 8 juli 1995 in Srebrenica om het leven. De afgelopen jaren heeft de Oorlogsgravenstichting, op verzoek van het ministerie van Defensie, drie graven ingericht van Nederlandse militairen die recentelijk zijn omgekomen en die op een begraafplaats in hun woonplaats begraven liggen. De Oorlogsgravenstichting is sindsdien verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud aan die graven.





Voor de kapel op het ereveld Loenen nemen familie, vrienden, dienstkameraden en bekenden afscheid van Raviv van Renssen (13 juli 1995)
Voor de kapel op het ereveld Loenen nemen familie, vrienden, dienstkameraden en bekenden afscheid van Raviv van Renssen (13 juli 1995)

Een omgewaaide boom blokkeert een pad op het ereveld Loenen
Een omgewaaide boom blokkeert een pad op het ereveld Loenen

Stormschade

Op donderdag 18 januari 2007 trok een zeer zware storm over Europa. Ook Nederland werd hierdoor getroffen. Op het Militair ereveld Grebbeberg en het ereveld Loenen werd enige schade toegebracht aan het bomenbestand. Gelukkig door-stonden de graftekens en de gebouwen de storm zonder problemen.

Op het Ereveld Loenen waaiden ruim 50 bomen om. De beheerder heeft samen met zijn medewerkers direct de bomen verwijderd die paden blokkeerden. De overige bomen worden zo spoedig mogelijk opgeruimd. Op het Militair ereveld Grebbeberg leek de schade aanvankelijk mee te vallen. Enkele afgewaaide takken lagen verspreid over het ereveld. Deze werden door de beheerder en zijn medewerker snel afgevoerd. Bij een nadere inspectie bleken veel afgebroken takken echter nog niet te zijn gevallen. Ook bleek een boom zodanig gescheurd te zijn dat deze gevaar kon opleveren voor bezoekers en de grafstenen op het ereveld. Voor het verwijderen hiervan werd de hulp ingeschakeld van een gespecialiseerd bedrijf dat onder meer beschikt over een hoogwerker. Helaas viel een van de takken zo ongelukkig dat alsnog een steen beschadigd raakte. Deze is inmiddels gerepareerd en wordt binnenkort vervangen. In de loop van de dag werden vanuit het hele land berichten ontvangen van omgewaaide en kapotte grafstenen. De twee mobiele ploegen van de Stichting moesten hun ingeplande werkzaamheden voorlopig uitstellen en zijn de hele dag bezig geweest met het repareren van de schade. De verwachting is dat zij daar nog twee weken mee bezig zullen zijn. [url]../pages/mail.asp?to=info@ogs.nl[url] 


Hr.Ms. Tromp (foto Koninklijke Marine)
Hr.Ms. Tromp (foto Koninklijke Marine)

Ontvangst nabestaanden aan boord Hr.Ms. Tromp

In de loop van 17 januari 2007 liep het Luchtverdedigings- en Commando-fregat Hr.Ms. Tromp de haven van Surabaya binnen. Dit fregat maakt onder de naam Global Enterprise een wereldreis van 5 maanden. In verband met de onthulling van de bronzen platen op het Vlootmonument op het Nederlands ereveld Kembang Kuning door vice-admiraal
J.W. Kelder, Commandant Zee-strijdkrachten, op 19 januari 2007 is het fregat naar Indonesië gedirigeerd.

Een groot gedeelte van de bemanning van de Tromp heeft, samen met een detachement adelborsten van de Indonesische marine, een erewacht gevormd bij het Vlootmonument op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya en daarmee een bijzondere bijdrage geleverd aan de onthullingsceremonie van 6 bronzen platen met de namen van 356 marinemannen.
Heel speciaal in dit verband is dat de commandant van Hr.Ms. Tromp, kapitein ter zee
H. Itzig Heine, een persoonlijke band heeft met het ereveld. Zijn oom ligt daar namelijk begraven. Om nabestaanden in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn bij de onthulling van de naamplaten heeft de Oorlogsgravenstichting een pelgrimsreis georganiseerd.
40 nabestaanden verblijven momenteel in Surabaya. Op uitnodiging van vice-admiraal Kelder brachten deze nabestaanden de avond voor de onthulling van de bronzen platen een bezoek aan Hr.Ms. Tromp. Admiraal Kelder heette hen in het Verre Indonesië van harte welkom aan boord van het schip. De nabestaanden en andere genodigden kregen een korte rondleiding over het schip dat door hen zeer gewaardeerd werd.




Kapitein ter zee H. Itzig Heine brengt een bloemengroet bij het graf van zijn oom.
Kapitein ter zee H. Itzig Heine brengt een bloemengroet bij het graf van zijn oom.

Vice-admiraal J.W. Kelder
Vice-admiraal J.W. Kelder

`Bestevaer´ onthult bronzen naamplaten op Vlootmonument

Op 19 januari 2007 onthulde vice-admiraal,
J.W. Kelder, Commandant Zeestrijdkrachten, in aanwezigheid van nabestaanden, Nederlandse en Indonesische autoriteiten 6 bronzen platen met de namen van 356 marinemannen die aan boord van 19 schepen zijn gesneuveld in de periode 8 december 1941 tot 9 maart 1942, van wie de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is en de namen nog niet elders vermeld staan. De platen zijn aangebracht op het Vlootmonument dat is opgericht in het Karel Doormanhof op het Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya. Het monument is een initiatief van de Oorlogsgravenstichting (OGS). Sterk tot de verbeelding van de nabestaanden sprekend was de aanwezigheid van een groot deel van de bemanning van Hr.Ms. Tromp. Dit fregat, vernoemd naar admiraal Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653) die door zijn bemanning ‘bestevaer' werd genoemd omdat hij door zijn menselijke manier van leidinggeven veel respect afdwong, lag afgemeerd in de haven van Surabaya.



In de ochtend van 19 januari kwamen nabestaanden en genodigden bijeen voor de onthulling van het Vlootmonument op het Nederlands ereveld Kembang Kuning in Surabaya. Zij werden op het ereveld ontvangen door de heer N.W.G. Buis, president van de Oorlogsgravenstichting, de heer P.C. van der Graaf, algemeen directeur van de Oorlogsgravenstichting en de heer P. Steenmeijer, directeur Indonesië van de Oorlogsgravenstichting. Ongeveer 150 militairen van Hr.Ms. Tromp verzorgden het militaire ceremonieel. Een gewapend detachement van Hr.Ms. Tromp vormde samen met een detachement adelborsten van de Indonesische marine de erewacht. Andere bemanningsleden van de Tromp vormden een ere-afzetting in het Karel Doormanhof en gaven de onthullingsceremonie een speciaal karakter.



Namens de Oorlogsgravenstichting heette de heer P. Steenmeijer, directeur van de OGS in Indonesië, de aanwezigen in het Nederlands en in de Bahasa Indonesia welkom. Als eerste spreker kwam de heer N.W.G. Buis, President van de Oorlogsgravenstichting, aan het woord. In zijn toespraak gaf de heer Buis aan dat bij de onthulling van de 15 bronzen platen op het Karel Doormanmonument op 27 februari 2006 het werk van de Oorlogsgravenstichting nog niet klaar was. Er zijn immers meer oorlogsslachtoffers die in aanmerking komen om herdacht te worden op een monument. Vandaag werden de namen onthuld van de 356 marinemannen - van wie er 93 uit Indonesië afkomstig waren - die dienden aan boord van 19 schepen van de Koninklijke Marine en de Gouvernements Marine die in de periode 8 december 1941 tot 9 maart 1942 in de strijd tegen Japan zijn omgekomen in de Indische wateren. Deze 19 schepen behoorden vrijwel allemaal tot de Nederlandse vloot en waren meestal ingedeeld in het eskader van schout-bij-nacht Karel Doorman. Het is daarom passend dat hun namen in het Karel Doormanhof op het nieuwe Vlootmonument zijn weergegeven. Het monument is door de Oorlogsgravenstichting in eigen beheer gebouwd. De bronzen platen, die vervaardigd zijn in Nederland, konden gerealiseerd worden met geld van het Nederlandse ministerie van Defensie en het Karel Doorman Fonds. De heer Buis is deze beide instanties daarvoor zeer erkentelijk. Voorts onderstreepte hij het belang van het werk van de Oorlogsgravenstichting, dat wordt uitgevoerd namens de Nederlandse overheid. In het afgelopen jubileumjaar, de Oorlogsgravenstichting bestond in 2006 namelijk 60 jaar, is de Stichting wat meer in de publiciteit getreden. “Hoe meer mensen zien wat wij doen, hoe beter het is”, aldus de heer Buis. De werkzaamheden worden immers bekostigd door een subsidie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Stichting kan zich niet permitteren dat ze vergeten wordt door de Nederlandse samenleving. Ook in de huidige tijd vallen namelijk nog steeds Nederlandse oorlogsslachtoffers te betreuren. De heer Buis denkt hierbij aan Irak, Afghanistan en Operation Enduring Freedom. Hij benadrukte dat de Stichting haar werk blijft doen zolang er nabestaanden zijn die troost en rust vinden in de wetenschap dat ergens in de wereld, ook al is het heel ver weg, een graf of een monument met de naam van een dierbaar familielid in goede staat wordt gehouden. Hij eindigde zijn toespraak met het devies van de Oorlogsgravenstichting: “Opdat zij met eere mogen rusten”.

Vervolgens kwam Hr.Ms. Buitengewoon en Gevolgmachtigd ambassadeur te Jakarta,
dr. N. van Dam, aan het woord. In zijn toespraak sprak de ambassadeur over respect en de eigen verantwoordelijkheid. Hij zei ondermeer: “De Nederlandse overheid respecteert haar oorlogsslachtoffers. Ook na 65 jaar. De zeven mooi onderhouden Erevelden op Java getuigen daarvan. Vrede en veiligheid komen niet vanzelf. Daar zullen wij allemaal, jong en oud, ons steentje aan bij moeten dragen, uit eerbied voor onze oorlogsslachtoffers. Juist omdat vrijheid een verworvenheid is waarvoor zo hard is gestreden en waarvoor heel veel mensen grote offers hebben gebracht, is het onze plicht steeds opnieuw bij die vrijheid te blijven stilstaan. Vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid. Daarmee is herdenken niet alleen een moment van bezinning over ons verleden, maar ook een moment van bezinning over het heden en een bron van inspiratie voor de toekomst”. De ambassadeur sprak zijn grote waardering uit voor de wijze waarop de Oorlogsgravenstichting in Indonesië de Nederlandse erevelden verzorgt. Op die manier draagt de Stichting ertoe bij dat de nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers niet vergeten wordt.



Vice-admiraal J.W. Kelder spreekt de aanwezigen toe.
Vice-admiraal J.W. Kelder spreekt de aanwezigen toe.

Als derde spreker trad vice-admiraal J.W. Kelder, Commandant Zeestrijdkrachten, naar voren. In zijn toespraak schetste hij de gebeurtenissen in het Verre Oosten na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941. Hij memoreerde de geallieerde samenwerking tussen Amerikaanse, Britse, Nederlandse en Australische eenheden in de strijd tegen de Japanners. De Slag in de Javazee op 27 februari 1942, dit jaar precies 65 jaar geleden, is bij velen wijd en zijd bekend. Minder bekend is dat naast deze zeeslag nog vele Nederlandse en Indonesische militairen, terwijl zij aan boord van marineschepen hun plicht deden voor hun vaderland, gesneuveld zijn. Personeel dat onder vaak moeilijke omstandigheden haar werk moest doen in een strijd tegen een vijand die op dat moment oppermachtig leek. Zo leidde het Japanse luchtoverwicht ertoe dat verspreid over de gehele Indonesische archipel schepen werden aangevallen door Japanse vliegtuigen. De patrouilleboot Hr.Ms. Mastijn, het bewakingsvaartuig Hr.Ms. Deneb en de torpedobootjager Hr.Ms. Van Nes werden door Japanse vliegtuigen op zee gebombardeerd of gemitrailleerd zoals de motorsloep van Hr.Ms. Canopus. In de haven van Soerabaja werden het opleidingsschip Hr.Ms. Soerabaja en de torpedobootjager Hr.Ms. Witte de With door Japanse bommenwerpers tot zinken gebracht. De torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen en kanonneerboot Hr.Ms. Soemba zijn door Japanse bommenwerpers gebombardeerd in Straat Soenda en zwaar beschadigd geraakt. Naast de Japanse luchtmacht, sloeg ook de Japanse vloot hard en genadeloos toe. De torpedobootjager Hr.Ms. Piet Hein, de mijnenlegger Hr.Ms. Prins van Oranje en de mijnenvegers Hr.Ms. Endeh en Jan van Amstel, het vliegbootmoederschip Hr.Ms. Reiger en de stoomsleepboot Triton werden door Japans vuur tot zinken gebracht. Zoals gezegd stond Nederland in de strijd tegen het oprukkende Japanse leger niet alleen. Amerikaanse, Britse en Australische schepen opereerden in deze periode ook in de wateren van Zuidoost-Azië. Ook zij leden zware verliezen. In een aantal gevallen deed Nederlands marinepersoneel dienst aan boord van geallieerde schepen. Zo ook aan boord van USS Houston, alwaar 2 Nederlandse marinemannen sneuvelden toen dit schip op 1 maart in de Javazee tot zinken werd gebracht door Japanse marineschepen. Inmiddels rukten de Japanners steeds verder op en moest de bemanning van Hr.Ms. P40, Hr.Ms. Pro Patria en Hr.Ms. Serdang hun eigen schip tot zinken brengen om het zo uit handen van de vijand te houden. Helaas vielen hierbij ook slachtoffers te betreuren. In maart 1942 werden burgers, marinepersoneel en KNIL-militairen van Java geëvacueerd naar Australië en Ceylon. Dit gebeurde met schepen, zoals het S.S. Poelau Bras. Op 7 maart 1942 werd dit schip in de Indische Oceaan door Japanse vliegtuigen tot zinken gebracht. Behalve tijdens de Slag in de Javazee sneuvelden zo nog eens 356 marinemannen aan boord van de zojuist genoemde 19 schepen in de periode van 8 december 1941 tot 9 maart 1942. 356 gesneuvelde marinemannen van wie tot op de dag van vandaag de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is en van wie de namen nog niet elders vermeld zijn, staan vanaf vandaag vermeld op het Vlootmonument. Admiraal Kelder bracht zijn gevoelens als volgt onder woorden: “Ook zij hebben nu een tastbare plek gekregen in onze herinnering. Mijn gedachten gaan echter niet alleen uit naar de gevallenen, maar ook naar de nabestaanden die vaak onder erbarmelijke omstandigheden en ook in grote onzekerheid achterbleven en het verlies van hun geliefde moesten dragen. Ook vandaag bent u hier weer aanwezig, velen van u voor de eerste keer. Ik heb een diep respect voor u! En het is een eer voor mij, om vandaag samen met u te mogen herdenken”.





Tot slot sprak vlootaalmoezenier drs H.J.M. van Horssen van Hr.Ms. Tromp een overdenking uit. Aan de hand van een strofe uit een gedicht van Neeltje Maria Min wees hij op het belang van een naam.

“Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten”.

“Prachtige woorden”, aldus aalmoezenier Van Horssen. Deze woorden kregen voor de nabestaanden van 356 militairen vandaag een diepere betekenis. Hun namen zijn nu voor een ieder zichtbaar op hun eigen plek. Een plek waar de familie, geliefden, vrienden en vriendinnen hun dierbare kunnen gedenken en hun bloemen kunnen plaatsen. Aalmoezenier Van Horssen zei onder andere: “Hier staande rond het monument roepen wij hen die heengingen voor een ogenblik weer tot leven. Wij roepen onze dierbare doden uit hun rust om opnieuw even in ons midden te zijn. Want het offer dat zij brachten was ten diepste van ons allemaal”. Vervolgens ging hij de aanwezigen voor in gebed.




Matroos der eerste klasse Robert de Oude
Matroos der eerste klasse Robert de Oude

De onthulling van de bronzen naamplaten op het Vlootmonument werd voorafgegaan door het slaan van '8 glazen' op de scheepsbel van Hr.Ms. Java. Deze scheepsbel is enkele jaren geleden opgedoken uit de Javazee en uiteindelijk door wijlen de heer Henk Visser aan de Koninklijke Marine geschonken. Vice-admiraal Kelder gaf deze bel vorig jaar in bruikleen aan de Oorlogsgravenstichting. Op een marineschip wordt op de scheepsbel geslagen telkens wanneer een zandloperglas van 30 minuten is leeggelopen. In 4 uur 8 glazen van 30 minuten. Na afloop van die 4 uur wisselt de wachtsdivisie. Bij 8 glazen komt er dus een nieuwe ploeg bemanningsleden op post. In deze ceremonie symboliseren 8 glazen op de scheepsbel van Hr.Ms. Java het begin van een nieuwe periode waarbij de namen van de in de periode 8 december 1941 tot 9 maart 1942 omgekomen bemanningsleden van de schepen Hr.Ms. Mastijn, Hr.Ms. Prins van Oranje, Hr.Ms. Canopus, Hr.Ms. Deneb, Hr.Ms. P40, Hr.Ms. Pro Patria, Hr.Ms. Van Nes, Hr.Ms. Soerabaja, Hr.Ms. Piet Hein, Hr.Ms. Soemba, Hr.Ms. Reiger, USS Houston, Hr.Ms. Evertsen, Hr.Ms. Witte de With, Hr.Ms. Endeh, Hr.Ms. Serdang, S.S. Poelau Bras, Hr.Ms. Jan van Amstel, en de sleepboot Triton nu zichtbaar zijn op het Vlootmonument dat in 2007 speciaal is opgericht ter nagedachtenis van deze gevallenen. De glazen worden aan boord altijd geslagen door de zogenaamde leerling van de wacht. Dit is meestal een matroos die samen met een onderofficier aan dek de wacht loopt. Bij deze plechtigheid is de leerling matroos der eerste klasse operationele dienst verbindingsdienst Robert de Oude van Hr.Ms. Tromp.

Direct na het slaan van de 8 glazen onthulde vice-admiraal Kelder de 6 bronzen platen. Hij bracht daarbij een eregroet. De platen zijn aangebracht op het nieuw gebouwde Vlootmonument. Centraal op het monument is een toelichtingsbord geplaatst. Vervolgens werden bij het nieuwe monument vijf kransen gelegd. De eerste krans werd gelegd door Hr.Ms. Buitengewoon en Gevolgmachtigd ambassadeur te Jakarta, dr. N. van Dam namens het Koninkrijk der Nederlanden. Vervolgens legde admiraal Hardiwan namens de Republiek Indonesië een krans. De derde krans werd gelegd door vice-admiraal J.W. Kelder namens de Koninklijke Marine. De vierde krans werd gelegd door mevrouw N.M. Engles, dochter van luitenant ter zee der 2e klasse Koninklijke Marine Reserve J. Engles, en de heer A. Meesters, broer van matroos der 1e klasse F.A. Meesters, namens de nabestaanden van de gevallenen. Tot slot legden de heren N.W.G. Buis en P.C. van der Graaf, respectievelijk president en algemeen directeur van de Oorlogsgravenstichting, een krans. Het eerbetoon werd afgesloten met een minuut stilte en het zingen van het Wilhelmus. Het officiële gedeelte van de plechtigheid eindigde met een defilé langs het monument.


De Koninklijke Marine leverde een bijzondere bijdrage aan de onthulling van het Vlootmonument door in de haven van Surabaya aanwezig te zijn met het Luchtverdedigings- en Commando-fregat Hr.Ms. Tromp. Een detachement van dit schip vormde samen met een detachement van de Indonesische Marine een erewacht bij het monument en zette op die manier extra luister bij aan de ceremonie. Ook waren tamboers en pijpers van het Korps Mariniers aanwezig. Zij zorgden voor de typische muzikale omlijsting die traditioneel bij de Koninklijke Marine hoort.



Vice-admiraal b.d. N.W.G. Buis
Vice-admiraal b.d. N.W.G. Buis

Bijzonder eerbetoon op de Javazee

Op 20 januari 2007 verliet Hr.Ms. Tromp de haven van Surabaya. Aan boord waren veertig genodigden. Het schip stoomde op naar de locatie waar bijna 65 jaar geleden Hr.Ms. De Ruyter tot zinken werd gebracht bij de Slag in de Javazee op 27 februari 1942. Precies boven het wrak van de De Ruyter werd Hr.Ms. Tromp stilgelegd voor een bijzondere ceremonie.

Het Luchtverdedigings- en Commando-fregat Hr.Ms. Tromp maakt momenteel een wereldreis onder de naam Global Enterprise. Toen de Oorlogsgravenstichting hoorde dat het schip medio januari Indonesië zou aan doen, werd besloten de onthulling van het nieuwe Vlootmonument daarop af te stemmen. De bemanning van de Tromp verzorgde tijdens de onthulling van het Vlootmonument de militaire ceremonie (zie verslag). Thans werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om alle gesneuvelde marinemannen die omgekomen zijn bij de verdediging van Nederlands-Indië te herdenken. Vanaf de staatsietrap van Hr.Ms. Tromp werden ter nagedachtenis aan de gevallenen vier kransen te water gelaten. De eerste door ambassadeur N. van Dam, namens het Koninkrijk der Nederlanden, de tweede door admiraal Soebianto, namens de Republiek Indonesië, de derde door vice-admiraal J.W. Kelder, namens de Koninklijke Marine en de vierde door vice-admiraal b.d. N.W.G. Buis, namens de Oorlogsgravenstichting.


Herdenking Slag in de Javazee

Op 27 februari 2007 was het precies 65 jaar geleden dat de Slag in de Javazee plaatsvond. Schout bij nacht Karel Doorman probeerde op 27 februari 1942 de Japanse invasievloot, die opstoomde naar Java, te vernietigen. Die dag werden de Nederlandse schepen Hr.Ms. Kortenaer, Hr.Ms. Java en het vlaggenschip van Doorman Hr.Ms. De Ruyter door de Japanners tot zinken gebracht. Hierbij verloren 918 Nederlandse marinemannen het leven. Ter nagedachtenis van de gevallenen legde de defensieattaché, kapitein ter zee mr. A.H.L. Louter, namens de Koninklijke Marine een krans bij het Karel Doormanmonument op het Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya.

Voor de korte en sobere plechtigheid op het ereveld verwelkomde de heer P. Steenmeijer, directeur Indonesië van de Oorlogsgravenstichting, een kleine groep belangstellenden. Hij begroette ondermeer de heer Boenandir, een van de overlevenden die als stoker-olieman aan boord van Hr.Ms. De Ruyter de Slag had meegemaakt. In zijn toespraak memoreerde de heer Steenmeijer de ceremonie aan boord van Hr.Ms. Tromp vorige maand (zie het artikel Een bijzonder eerbetoon op de Javazee hierboven). Na de kranslegging werd een minuut stilte in acht genomen, waarna door de aanwezigen bloemen werden uitgestrooid over het ereveld en bij de diverse monumenten.



Het erehof in Bad Sassendorf
Het erehof in Bad Sassendorf

Onthulling gedenksteen in Bad Sassendorf

Op vrijdag 13 april 2007 wordt in aanwezigheid van nabestaanden, genodigden en andere belangstellenden een gedenksteen onthuld op de begraafplaats in Bad Sassendorf, Duitsland waarop de namen van zeven Nederlandse oorlogsslachtoffers vermeld staan.

Op de begraafplaats in Bad Sassendorf liggen 95 dwangarbeiders begraven van wie de identiteit niet bekend is. Het betreft hier gevangenen van het concentratiekamp Neuengamme die herstelwerkzaamheden uitvoerden aan het door geallieerde bombardementen verwoeste spoorwegennet. Deze dwangarbeiders stonden onder toezicht van de 11e SS-Baubrigade het zogenaamde Eisenbahnkommando. Na de oorlog zijn de stoffelijke overschotten overgebracht naar Bad Sassendorf en daar bijgezet in een erehof. Destijds heeft de gemeente een monument geplaatst met de tekst: Hier liggen 95 burgers van verschillende nationaliteit begraven die in de periode 1941-1945 ver van hun vaderland zijn gestorven. In 2004 heeft de gemeente Bad Sassendorf voor alle 95 slachtoffers een liggende steen geplaatst. Hierop staan geen namen vermeld. Op basis van de gegevens in het Slachtofferregister heeft de Oorlogsgravenstichting (OGS) geconcludeerd dat daar ook zeven Nederlanders begraven moeten liggen. Teneinde hun nagedachtenis in ere te houden heeft de OGS besloten een gedenksteen met daarop hun personalia aan te brengen. De Nederlandse gedenksteen wordt rechts voor het erehof geplaatst. De namen van de volgende slachtoffers staan hierop vermeld:

- Bos, G.A. geboren 11-06-1921, Rotterdam
- Grul, C.A.M. geboren 29-05-1906, Nijmegen
- Jansen, G. geboren 13-02-1904, Putten
- Lierop, A. van geboren 15-03-1923, Heeze
- Mijnsberge, A. geboren 30-09-1894, Den Haag
- Spek, L. geboren 21-03-1901, Elburg
- Vente, J.C. 27-08-1917, Nieuwerkerk a/d IJssel

Aanvullende gegevens betreffende deze slachtoffers kunt u opzoeken in het Slachtofferregister

Invoering betonnen graftekens in Indonesië groot succes

Op de zeven Nederlandse erevelden in Indonesië, die sinds 1952 beheerd worden door de Oorlogsgravenstichting (OGS), staan in totaal ruim 21.000 graftekens. Deze graftekens zijn gemaakt van eerste klas djatihout. Deze tropische houtsoort, veelal afkomstig van Borneo, is de enige houtsoort die goed bestand is tegen de extreme weersinvloeden op Java. Desondanks moeten de graftekens na een aantal jaren worden hersteld of vervangen, dikwijls omdat de onderzijde is gaan verrotten maar ook omdat er barsten in het hout zijn ontstaan. Het hout van deze afgekeurde kruisen wordt echter niet verspild: daar worden namelijk graftekens voor kindergraven van gemaakt. Hoewel de OGS dus verstandig omging met de aankoop van tropisch hardhout ontstond niettemin de gedachte om dit anders aan te pakken en zo een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de toenemende ontbossing.

Het gebruik van houten graftekens op de erevelden is een erfenis uit de jaren 50 van de vorige eeuw toen de Legergravendienst de oorlogsgraven nog beheerde. Om het aanzien van de erevelden niet drastisch te veranderen werd besloten het gebruik van houten graftekens voort te zetten. Dat neemt niet weg dat in de loop jaren werd uitgekeken naar andere materialen, zoals steen, kunststof en beton om graftekens uit te vervaardigen. Drie jaar geleden is door onze medewerkers op het ereveld Candi in Semarang een proef gestart met het vervaardigen van betonnen graftekens. Voorwaarde was dat er geen verschil zichtbaar mocht zijn met de houten graftekens. Dat bleek een succes en besloten werd om langzamerhand alle graftekens van beton te vervaardigen. Ons personeel kreeg hiervoor intern een opleiding. In eigen beheer werden tientallen mallen vervaardigd voor de diverse soorten graftekens. Er werd geëxperimenteerd met verfsoorten, bewapening en onderhoud. In 2006 werd het stadium bereikt dat er geen behoefte meer was om hardhout aan te kopen. Alle houten graftekens die sindsdien worden afgekeurd, worden vervangen door een betonnen exemplaar. Er staan op de erevelden op Java inmiddels meer dan 2000 betonnen graftekens. De bezoeker ziet het verschil tussen betonnen en houten graftekens niet, maar wij merken het verschil wél: de betonnen kruisen zijn drie keer zo goedkoop als de houten, gaan veel langer mee en - zeker niet onbelangrijk - de OGS levert op deze wijze tegelijkertijd een daadwerkelijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu.


Een metselaar op het ereveld Leuwigajah legt de laatste hand aan een betonnen grafteken
Een metselaar op het ereveld Leuwigajah legt de laatste hand aan een betonnen grafteken

Eerste fase padverbetering ereveld Loenen afgerond

Op het Nederlands ereveld te Loenen moeten de wandelpaden met een totale lengte van 13 kilometer gerenoveerd worden. Onlangs is de eerste fase van het omvangrijke project gereed gekomen. Hierbij is circa 4 van de in totaal 13 kilometer pad vernieuwd. De werkzaamheden worden uitgevoerd door de firma Van de Bijl en Heierman B.V. uit Opheusden.

In de winterperiode van 2006 is een begin gemaakt met de renovatie. Momenteel is eenderde van de paden klaar. De werkzaamheden, die worden uitgevoerd met zwaar materieel, bestaan uit het afsnijden van de wortels langs de padranden. Het verwijderen daarvan zodat circa 30 cm. van de toplaag wortelvrij is. Vervolgens wordt 8 cm. van de toplaag afgegraven (in de thans afgeronde fase ging het in totaal om 14.215 kubieke meter verwijderde grond en wortels!). De ondergrond wordt daarna stevig aangerold en geprofileerd, waarna een nieuwe toplaag in de vorm van granietgruis wordt aangebracht. Tot slot wordt deze granietgruislaag met behulp van een egaliseermachine verdicht. Hierdoor onstaat een verhard loopoppervlak met een natuurlijke uitstraling.

In opdracht van de Oorlogsgravenstichting (OGS) ontwierp de tuin- en landschapsarchitect
D. Haspels een ontwerp voor een ereveld in een jong bosrijkgebied op de Veluwe. Dat terrein was speciaal hiervoor in 1948 door de OGS aangekocht. De heer Haspels stelde destijds voor om het terrein zo natuurlijk mogelijk te houden. Een onderdeel daarvan was bijvoorbeeld om geen geplaveide paden aan te leggen, maar deze slechts met leem enigzins te verharden. Het nieuw aan te leggen ereveld zou op die manier één worden met de natuur en daarin als het ware opgaan. De architect Haspels hield de jonge natuurlijke begroeiing zoveel mogelijk in stand. Hij ontwierp een slingerend padenstelsel waarlangs de graven werden geprojecteerd. Dit voorstel kreeg de instemming van het toenmalige bestuur van de OGS en resulteerde in de unieke nationale oorlogsbegraafplaats die Loenen nu is. In de afgelopen 60 jaar is het jonge bos echter enorm gegroeid. De wandelpaden waren op talrijke plaatsen door boomwortels en gronderosie minder goed begaanbaar geworden. Met name voor de slecht ter been zijnde bezoekers was het vaak een enorme inspanning om een graf te bereiken. In de loop der jaren werden hier en daar delen van het padenstelsel in eigen beheer onderhanden genomen en verbeterd. Uiteindelijk werd besloten de padverbetering grootschalig, echter zonder het oorspronkelijke ontwerp van architect Haspels aan te tasten, aan te pakken en de werkzaamheden uit te besteden. Omdat de hiervoor benodigde gelden drukken op de begroting van de Stichting wordt de uitvoering hiervan over een periode van meerdere jaren gerealiseerd.



Het verdichten van de granietgruislaag met een egaliseermachine
Het verdichten van de granietgruislaag met een egaliseermachine

TV-uitzending Grebbeberg

Op woensdag 25 april 2007 zijn op het Militair ereveld Grebbeberg in Rhenen tv-opnamen gemaakt voor de rubriek Troostplek van het NCRV programma Man bijt hond. In deze rubriek zijn portretjes te zien van mensen die het graf van hun dierbaren bezoeken en vertellen waarom die plek voor hen zo bijzonder is. In de uitzending van donderdag 3 mei om 18.55 uur op Nederland 2 is een interview te zien met twee zusters van soldaat H.B. Spölmink. Soldaat Spölmink is een van de 425 Nederlandse militairen die gesneuveld is in de strijd op en om de Grebbeberg in de meidagen van 1940. Hij ligt op het ereveld begraven in rij 2, graf 64.



Twee zusters van soldaat Spölmink brengen een bloemengroet bij zijn graf.
Twee zusters van soldaat Spölmink brengen een bloemengroet bij zijn graf.

Mr. R.S. Croll, vice-president
Mr. R.S. Croll, vice-president

Gedenksteen in Bad Sassendorf onthuld

Op 13 april 2007 onthulde de heer R.S. Croll, vice-president van de Oorlogsgravenstichting, op de gemeentelijke begraafplaats in Bad Sassendorf, Duitsland een gedenksteen met de namen van zeven Nederlandse oorlogsslachtoffers, die anoniem begraven liggen in een erehof aldaar. Drie sprekers kwamen aan het woord, waarna vijf kransen werden gelegd. De onthullingsceremonie, die werd bijgewoond door 67 nabestaanden, werd afgesloten met het zingen van het Wilhelmus.

"OPDAT ZIJ MET EERE MET MOGEN RUSTEN" met deze woorden eindigde de heer Croll zijn toespraak ter gelegenheid van de onthulling van de gedenksteen. "Als er iets is dat de Oorlogsgravenstichting de afgelopen jaren heeft ervaren, dan is het wel het belang van namen", aldus de heer Croll. "Namen op een graf zijn belangrijk. Namen van degenen zonder aanwijsbaar graf moeten eveneens zichtbaar worden gemaakt daar waar mensen bijeen komen om te kunnen herdenken. Namen vertellen het verhaal van een oorlogsslachtoffer. Namen roepen herinneringen op, bij dierbare familieleden, bij vrienden en belangstellenden. Namen zorgen ervoor dat een oorlogsslachtoffer uit de anonimiteit van de dood wordt gehaald. Vandaag wordt hier op de begraafplaats in Bad Sassendorf een gedenksteen onthuld met de namen van zeven Nederlandse oorlogsslachtoffers. Ik noem hen hier bij naam:

                                                Gijsbertus Adrianus Bos,
                                                Charles Antonius Maria Grul,
                                                Gerrit Jansen,
                                                Antonius van Lierop,
                                                Antonius Mijnsberge,
                                                Leonard Spek,
                                                Jacobus Cornelius Vente.

Allen op deze steen werden het slachtoffer van oorlogsgeweld. De les zou moeten zijn dat: geweld nooit tot meer leidt dan onbeschrijfelijk leed voor alle betrokkenen. Leed dat jaren voortduurt. Leed dat nooit meer vergeten wordt. De aanwezigheid vandaag van u - nabestaanden - onderstreept dat. U bent vandaag hierheen gekomen om één persoon in het bijzonder te herdenken. Een vader. Een broer. Een opa. Een oom. In al uw persoonlijke ervaringen en herinneringen ligt het ware belang van herdenken besloten. Wij dienen de herinnering aan de oorlog levend te houden ter eerbiedige nagedachtenis aan de doden en tot bezinning van de levenden". Namens de Oorlogsgravenstichting dankte de heer Croll de burgemeester van de gemeente Bad Sassendorf en de vertegenwoordigers van onze Duitse zusterorganisatie, de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge, voor hun aanwezigheid.


De heer E. Mijnsberge
De heer E. Mijnsberge

Vervolgens voerde namens de nabestaanden, de heer E. Mijnsberge, kleinzoon van Antonius Mijnsberge, het woord. In zijn toespraak ging hij in op de omstandigheden waaronder de slachtoffers in Duitsland terechtgekomen zijn. Over zijn grootvader zei hij ondermeer: "Mijn grootvader (met in zijn kielzog mijn vader) raakte verzeild in het verzet. Vanaf september 1944 maakte hij deel uit van de Binnenlandse Strijdkrachten, kwartier B (Laan van Meerdervoort). Naar alle waarschijnlijkheid is hij vooraf actief geweest in de OD (Ordedienst). Zijn functie als beheerder van een telefooncentrale kwam zeer van pas: hij heeft talloze illegale telefoonaansluitingen tot stand gebracht waar het verzet zeer bij gebaat was. In de hongerwinter van 1944 vonden onder zijn leiding illegale voedseltransporten plaats vanuit Friesland naar Den Haag. Deze werden uiteraard begeleid door verzetsmensen. In de groep van mijn grootvader werd gefluisterd over verraad. Mijn grootvader ging op 2 december 1944 mee ter verzekering van het tegendeel en ter geruststelling. Het pakte anders uit. Een van de drie verzetsmensen die dit transport begeleiden, bleek een verrader van de SD. In Alkmaar werd het transport onderschept en werden de betrokkenen gearresteerd door de Landwacht. Op mijn grootvader werden een aanzienlijk geldbedrag, twee Duitse blanco Fahrbefehle en een gummiknuppel aangetroffen. Dit was voldoende om mijn grootvader na enkele dagen verblijf in het Alkmaarse politiebureau over te brengen naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Aldaar heeft hij bijna 2 maanden op vordering van de Sicherheitspolizei in “Schutzhaft” verbleven, een opvallend lange periode (naar alle waarschijnlijkheid omdat hij weigerde te verklaren of bleef ontkennen). Het laat zich raden hoe de betreffende verhoren zijn verlopen. Ik ga ervan uit dat mijn grootvader uiteindelijk zwaar gehavend op 29 januari 1945 werd overgebracht naar het kamp Amersfoort. Van daaruit werd hij op 2 februari 1945 vervoerd naar het concentratiekamp Neuengamme. Op enig moment, dat zal zo tussen half en eind februari 1945 zijn geweest, ging mijn grootvader deel uitmaken van de 11e SS Baubrigade Soest (Eisenbahnbrigade/ Vliegende Brigade), een buitencommando van Neuengamme, dat half februari 1945 was opgericht. Deze brigade bestond aanvankelijk uit 504 gevangenen van allerlei soort, waaronder politieke gevangenen zoals mijn grootvader, die herstelwerkzaamheden moesten verrichten aan de spoorlijnen die zeer regelmatig door de Geallieerden werden gebombardeerd. Het herstellen van de spoorlijnen was buitengewoon gevaarlijk werk, waarbij zeer veel gevangenen zijn omgekomen, mede ook door geallieerde bombardementen op de trein zelf. De gewonden werden toen per trein naar een ziekenbarak in Bad Sassendorf gebracht. Toon Mijnsberge, mijn grootvader (van wie niet bekend is of ook hij bij dit bombardement gewond raakte), had in ieder geval al geen sterke gezondheid en de periode hier in Bad Sassendorf, waar de brigade tijdelijk terecht was gekomen, heeft naar alle waarschijnlijkheid zijn gestel definitief ondermijnd".


Dominee W. in ’t Hout
Dominee W. in ’t Hout

Tot slot kreeg dominee W. in 't Hout het woord. Hij begon zijn toespraak met een versje van Hanna Lam. "Een versje dat het zo eenvoudig raak zegt", aldus de dominee.
De mensen van voorbij wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij wij noemen ze bij namen.
"Zo zijn wij hier bijeen en noemen de namen van zeven Nederlandse oorlogsslachtoffers, gevangenen van het concentratiekamp Neuengamme, die op deze plaats als dwangarbeider de dood vonden. Uit respect om wie zij waren en om wie zij voor ons zijn én omdat we dit als zinvol en troostrijk ervaren.
Hans Bloemendal zegt het als overlevende van de Tweede Wereldoorlog zo, in een kort woord vooraf van het ‘In memoriam' boek van de Oorlogsgraven-stichting: “Wij, de achtergeblevenen, de overlevenden en de generaties na ons, zullen nimmer toestaan dat de namen van onze dierbare doden zullen wegwaaien als bladeren in de wind”. Een gedenksteen zoals deze - waar wij nu bijeen zijn - is een tastbare herinnering aan mensen van voorbij, die er niet meer zijn en aan dagen van voorbij, die er nog steeds zijn en hun sporen trekken. Het Latijnse woord ‘monumentum' betekent: al wat aan iemand of iets herinnert. Het is een ontmoeting met het verleden. Zo zijn onder ons de gekwetsten present en roepen we hen, die heengingen voor een ogenblik weer in leven, de levenden van toen, met wat zij voor ons betekenden, in lief en leed, met wat hun dood ons heeft gedaan, toen en nu. De Gedenksteen stelt ons dus tevens in staat ons eigen verhaal verder te schrijven. En wanneer wij daarmee bezig zijn doen we dat niet alléén, want een gedenksteen staat ook voor lotsverbondenheid. Rond deze Gedenksteen vinden wij namelijk een gemeenschap van mensen, die elk op eigen wijze een verbinding hebben met de namen op de Gedenksteen en met elkaar in de ene naam van de vrede. Hoe verschillend onze ervaringen en ons denken ook zijn van die van de ander, we kennen allen de smart vanwege onze (schoon-) vader, grootvader, broer, zwager of oom die wij missen en we willen allen onze geliefde hulde brengen, die zijn leven heeft gegeven ten behoeve van ‘het humanum' (de menselijkheid) en de vrede (dat is: de ruimte waar ieder mens tot zijn recht en haar waarde komt). Wellicht kunnen we aan elkaar helen. En wanneer deze plek daar een bijdrage aan levert is deze heilige plek tevens een heelmakende plek, een plaats om te delen en te helen. Om te helpen genezen aan onszelf, de ander en misschien wel aan God…., die vrede geeft. En of wij nu geloven of niet…diep in ons allen leeft immers een verlangen naar een geheeld bestaan?! Om te ontdekken: hoe kan ik verder leven met dit stuk verhaal? Want wij leven vandaag en de vraag is hoe wij ons verleden zo kunnen duiden, dat wij verder kunnen. Dat wij in elkaar mensen van troost en bemoediging mogen vinden en dat daarin iets mag oplichten van onze Schepper, die ons mensen aan elkaar geeft en aanwezig is in onze vragen en ons zoeken, in ons verlangen naar vrede en vrijheid en gerechtigheid, en er soms ineens is als licht door een gebrandschilderd glas, zodat ons hart weer opleeft en wij weer iets lichter verder kunnen gaan. Dat is mijn bede voor u op deze plaats rondom deze Gedenksteen. Ik begrijp nu waarom de Bijbel een gedenksteen wel 'een steen van hulp' noemt en dat we dit te horen krijgen in een verhaal over ‘hoop'".


Tot slot werden vijf kransen bij het nieuwe monument gelegd. De eerste door de consul in Düsseldorf, de heer P. Matthieu, namens het Koninkrijk der Nederlanden. Vervolgens door vijf familieleden namens de nabestaanden, door de heer A. Bahlmann, burgemeester van de gemeente Bad Sassendorf, door de heren P. Bülter en W. Held namens de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge en tot slot door de heren R.S. Croll en P.C. van der Graaf, namens de Oorlogsgravenstichting.


De heren P.C. van der Graaf (l) en R.S. Croll leggen een krans namens de Stichting.
De heren P.C. van der Graaf (l) en R.S. Croll leggen een krans namens de Stichting.

Radio uitzendingen over onthulling Vlootmonument

Tijdens de onthulling van het Vlootmonument op ereveld Kembang Kuning op 19 januari jl. (zie ook ons 'nieuwsarchief 2007') heeft radioverslaggever Ewout de Bruijn van Radio + TV Noord-Holland opnames gemaakt voor een radio-uitzending over deze plechtigheid. In de weken voorafgaande aan de onthulling had hij reeds met enkele nabestaanden die aan de pelgrimsreis naar Surabaya zouden deelnemen een interview gehad. Uit de opnames die hij gemaakt heeft zijn vijf korte samenvattingen gemaakt (8 à 9 minuten) die in de periode 27 april t/m 4 mei via RTV N-H zullen worden uitgezonden.

Vrijdag 27 april deel 1; dit deel gaat over de Oorlogsgravenstichting en het Vlootmonument in het algemeen, met o.a. gesprekken met de algemeen directeur OGS, dhr. P.C. van der Graaf.

Dinsdag 1 mei deel 2; een interview met de heer G. Heining, broer van gesneuvelde MATR 2 G. Heining.

Woensdag 2 mei deel 3; een interview met mw. M.J. de Boer-van Kordelaar,dochter van gesneuvelde SGTMACH J.G.A. van Kordelaar.

Donderdag 3 mei deel 4; dit deel gaat over de voorbereidingen voor de plechtigheid, met o.a. interviews met dhr. D. Vels Heijn, projectleider plechtigheid en de opzichter van het ereveld, dhr. A.R.M. Soekarjono.

Vrijdag 4 mei deel 5; dit deel gaat over de plechtigheid met o.a. fragmenten uit de toespraken van de vlootaalmoezenier van Hr.Ms. Tromp, drs. H.J.M. van Horsen en de Commandant Zeestrijdkrachten, vice-admiraal J.W. Kelder, alsmede reacties van de heer Heining en mw. De Boer-van Kordelaar op de plechtigheid.

De uizendingen zijn op voornoemde dagen om 08.35 en 12.35 uur en zijn voor diegenen die buiten Noord-Holland wonen ook te beluisteren op de website van RTV N-H: www.rtvnh.nl (knop radio). De uitzendingen zullen in het radio-archief worden opgeslagen en derhalve later nog eens te beluisteren zijn.



Wegafsluiting centrum Loenen

In verband met werkzaamheden aan de hoofdweg in de bebouwde kom van Loenen, gemeente Apeldoorn (zie kaartje) is het Nederlands ereveld Loenen niet bereikbaar via de afslag Loenen. Wij raden u aan om op de A50 de afslag Hoenderloo (afrit 22) richting Beekbergen te nemen. Na 1,6 km gaat u linksaf en na 50m weer linksaf. Dit is de Oude Arnhemseweg die langs de Woeste Hoeve leidt. U nadert het ereveld nu van de andere kant. Na 5,6 km bent u gearriveerd.
De wegafsluiting duurt tot juli 2007.



Onderhoud Nederlandse erevelden in Duitsland

De Oorlogsgravenstichting heeft in de jaren vijftig van de vorige eeuw zeven Nederlandse erevelden aangelegd in Duitsland. Het betreft hier erevelden in Bremen, Düsseldorf, Frankfurt am Main, Hamburg, Hannover, Lübeck en Osnabrück. Op deze erevelden zijn in totaal 3566 graven ingericht. Deze graven zijn voorzien van een zogenaamde staande Stichtingssteen waarop naast de personalia van de slachtoffers ook de Nederlandse Leeuw en de tekst Koninkrijk der Nederlanden vermeld staat. Op afzonderlijke monumenten op deze erevelden worden nog eens 1374 slachtoffers herdacht van wie de stoffelijke resten niet naar de erevelden konden worden overgebracht. De erevelden worden door onze stichting onderhouden in samenwerking met de lokale gemeentelijke autoriteiten. Hierdoor zijn in de loop der jaren intensieve contacten ontstaan.

Veel onderhouds- en renovatiewerkzaamheden op de Nederlandse erevelden worden door de Oorlogsgravenstichting in eigen beheer uitgevoerd. Wij beschikken daarvoor over twee mobiele ploegen, elk bestaande uit twee man, die jaarlijks naar Duitsland reizen om die werkzaamheden uit te voeren. Ook worden dan grafstenen die tijdens een eerdere inspectie afgekeurd zijn, vervangen door nieuwe exemplaren. Op jaarbasis worden zo - alleen al in Duitsland - tientallen grafstenen vervangen. Vorige maand zijn o.a. op het Nederlands ereveld te Lübeck acht nieuwe grafstenen geplaatst. Het stenen drieluik waarop nog eens de namen van 242 oorlogsslachtoffers vermeld staan, is toen grondig gerenoveerd.


Een medewerker van de Stichting renoveert het drieluik op het ereveld te Lübeck.
Een medewerker van de Stichting renoveert het drieluik op het ereveld te Lübeck.

De nieuw geplaatste grafsteen voor Rosette
De nieuw geplaatste grafsteen voor Rosette

Onthulling grafstenen op Joodse Begraafplaats

Op zondag 15 april 2007 zijn op de Portugees-Israelitische begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel de stenen onthuld op de graven van vier Joodse oorlogsslachtoffers van wie geen nabestaanden meer bekend zijn. Drie van deze stenen zijn geplaatst op initiatief van de Oorlogsgraven-stichting. Op de stenen staat naast de personalia van de slachtoffers ook de Hebreeuwse tekst "thei nisjmata tseroera bitsror ha-chajiem" hetgeen betekent "Moge haar ziel gebundeld zijn in de band van het eeuwige leven". Voor de onthullingsceremonie waren hoogwaardigheidsbekleders en belangstellenden uitgenodigd. Een van de sprekers was de heer P.C. van der Graaf, algemeen directeur van de Oorlogsgravenstichting.

De heer Van der Graaf begon zijn toespraak als volgt. "Jom Ha-Sjoa de dag waarop het joodse volk in de gehele wereld zijn doden van de Tweede Wereldoorlog herdenkt. Hoe en wie herdenken wij op zo'n moment? De tijd schrijdt voort en kinderen, klein- en achterkleinkinderen kennen de oorlogsslachtoffers vaak zelf niet meer of niet goed. Zij mogen echter nooit vergeten worden. Dat is onze ereplicht, nu en in de toekomst. Namen bewaren en vertellen het verhaal van een oorlogsslachtoffer. Een verhaal dat niet alleen mag eindigen met hun dood. Namen roepen herinneringen op, bij dierbare familieleden, bij vrienden of bij belangstellenden. Zichtbare, leesbare namen zorgen ervoor dat oorlogsslachtoffers uit onze anonimiteit worden gehaald. Vandaag worden hier vier stenen onthuld met de namen van vier oorlogsslachtoffers, Joodse oorlogsslachtoffers die eerder enigszins in de anonimiteit bleven omdat er geen nabestaanden bekend waren en er daarom geen grafzerk was. De reden waarom ik hier sta is natuurlijk omdat de Oorlogsgravenstichting van ganser harte de grafstenen heeft gegeven ten behoeve van deze slachtoffers. Hun naam is nu zichtbaar. Hun verhaal wordt verteld." "Maar", vervolgde de heer Van der Graaf "mijn aanwezigheid heeft, voor mij onverwacht, ook in belangrijke mate te maken met het verhaal van Rosette Rachel Jessurun van wie vandaag de grafsteen onthuld wordt. Zij is op 10 april 1945, vlak voor de bevrijding van het concentratiekamp door de Engelsen, vanuit Bergen-Belsen op transport gezet naar het Oosten. De trein met circa 2000 mensen reed bijna 14 dagen doelloos rond heen en weer tussen het Westen en het Oosten van Duitsland. Opgejaagd door de oprukkende Engelsen en Amerikanen in het Westen en de Russen in het Oosten. Geen voorzieningen, geen water, niets. Vreselijk moet dat zijn geweest. Op 23 april 1945 werd de trein door Ukraïners bevrijd in Tröbitz, vlakbij de Poolse grens. Honderden waren toen al gestorven in de trein. Velen stierven daarna alsnog aan de gevolgen van vlektyfus en ontberingen. Rosette, een jonge vrouw van 36 jaar, stierf op 17 mei 1945 in Tröbitz. Daar bevinden zich thans niet alleen twee Joodse begraven begraafplaatsen, maar ook een muur met marmeren palten waarin de namen staan gegrift van allen die in, of als gevolg van, deze treintocht omkwamen. Ook d enaam van Rosette Jessurun staat op deze muur. Ik ben er geweest en heb haar naam bij de voorbereiding voor deze dag teruggevonden op de foto's die ik van die plaat maakte. Dezelfde plaat waarop ook de naam is gegraveerd van de grootmoeder van mijn echtgenote. Anna Kurd-Schwarz zat ook in de trein, zat ook in Der letzte Zug of Das Verlorenes Transport. Kort na Rosette, op 20 mei 1945 is Anna gestorven op 51-jarige leeftijd in een ziekenhuis in het nabij gelegen Riesa. Tot ik bij de Oorlogsgravenstichting kwam werken wisten wij niet dat er zelfs nog een graf van grootmoeder Anna was. Haar zoon die ook in de trein zat en die de oorlog heeft overleefd, heeft er nooit over willen spreken. De verschrikkingen en de ontberingen waren te groot geweest. Bij het zien en horen van de namen van beide vrouwen, komen ook hun verhalen weer in herinnering. Kruist het pad van Rosette het pad van mijn schoonmoeder en van mij en mijn vrouw en onze dochter. Verhalen vallen samen, namen vallen samen."


De heer C.G.A. Cornielje, Commissaris van de Koningin in Gelderland
De heer C.G.A. Cornielje, Commissaris van de Koningin in Gelderland

Dodenherdenking ereveld Loenen 4 mei 2007

Mede dankzij het warme zomerse weer trok de Dodenherdenking op het ereveld Loenen dit jaar weer vele honderden bezoekers. De Commissaris van de Koningin in Gelderland, de heer C.G.A. Cornielje, nam als eerste spreker het woord. Hij zei ondermeer:

Vandaag gedenken we in het bijzonder de slachtoffers die op dit ereveld zijn begraven. Zij staan symbool voor alle mensen – burgers en militaire – die in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook er wereld, zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. We denken deze dag echter niet alleen aan de gevallenen maar ook aan hun familie, vrienden en bekenden die het gemis van hun dierbaren dragen. Oorlog is niet iets uit het verleden, maar is op vele plekken in de wereld nog dagelijkse realiteit. Naar diverse plekken in de wereld zijn Nederlandse militairen uitgezonden om een stabiele leefomgeving te creëren, om vrede en veiligheid te handhaven, en de wederopbouw van deze landen mogelijk te maken. En daarmee is het nog steeds een realiteit dat we dierbaren kunnen verliezen als gevolg va oorlogsgeweld, zoals recent is gebeurd in Afghanistan.
Onze mensen geven nu hun leven voor vrijheid elders in de wereld.

Hoofdkrijgsmachtpredikant G. Bikker die als tweede spreker het woord nam ging nader in op de betekenis en de nuances van het begrip ‘Veiligheid' dat samen met ‘Vrijheid en Grondrechten' dit jaar de invalshoek was van het door het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen thema ‘Vrijheid maak je met elkaar' . Hij verwees daarbij naar de Bijbel en zei dat het hem opgevallen was dat je het woord ‘veiligheid' in oudere Nederlandse vertalingen van de Bijbel niet, of veel minder tegenkomt dan in nieuwere.
De Statenvertaling uit de zeventiende eeuw kent het woord helemaal niet. In de Nieuwe Vertaling van 1951 kom je het negen keer tegen, in de Nieuwe Bijbelvertaling die in 2004 verscheen zestien keer en in de Naardense vertaling – die ongeveer in hetzelfde jaar uitkwam – kom je het woord 51 keer tegen. Dat doet vermoeden dat het woord ‘veiligheid' in de loop van de tijd aan betekenis heeft gewonnen en nuances heeft opgenomen waarvoor vroeger woorden als ‘vertrouwen' en ‘zekerheid' werden gebruikt. Niet alleen het begrip ‘veiligheid' heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld. Ook de overtuiging dat ieder mens in onze tijd recht heeft op veiligheid heeft zich ontwikkeld.

Traditioneel werden door leerlingen van de Koninklijke Scholengemeenschap Apeldoorn (KSA) declamaties gehouden. Dit jaar lazen Anne van Harten, Lisa Holsbergen, Rozemarijn Klein Heerenbrink en Celine Piersma een aantal teksten voor. Centraal in hun verhaal stond de grootvader van Lisa Holsbergen, Peter Holsbergen, een rechercheur bij de Haagse politie die in het verzet zat en na zijn arrestatie door de SD op 4 september 1944 in kamp Vught werd geëxecuteerd.

 



Meer dan 20 organisaties legden een krans.
Meer dan 20 organisaties legden een krans.

De Regionale Politiekapel Noord- en Oost-Gelderland onder leiding van de heer F. Wever, zorgde ook dit jaar weer voor de muzikale omlijsting van de plechtigheid.

Nieuw in het programma was het aanreiken van de twintig kransen aan de autoriteiten en afgevaardigden van verschillende organisaties door leerlingen van de KSA (Luuk Bussmann, Martijn van Essen, Jan Geerten Pennink en Sebastiaan Westdijk). Zoals gebruikelijk werd de laatste krans door de Oorlogsgravenstichting gelegd.

Bijkomende bijzonderheid dit jaar was dat van de plechtigheid op Loenen uitgebreid televisieopnamen werden gemaakt door de NOS. Tevens werd de algemeen directeur, de heer P.C. van der Graaf geïnterviewd. Het geheel werd - afgewisseld met beelden van de Nationale Dodenherdenking op de Dam - dezelfde avond uitgezonden op Nederland 2.



Pastoor W. Rekveld
Pastoor W. Rekveld

Oecumenische Gedachtendienst

Als vanouds werd voorafgaande aan de dodenherdenking op het Nederlands ereveld te Loenen een kerkdienst gehouden voor de kapel op het ereveld. Sinds enkele jaren wordt deze oecumenische dienst verzorgd door het Beraad van Kerken te Loenen (Gld). De dienst stond in het teken van het motto 'Vrijheid maak je met elkaar.' Dominee J.W.C. van Driel en pastoor H.W.J.M. Rekveld leidden de dienst. De liederen werden gezongen door het St. Caecilia- en Paus Johannes koor onder leiding van de heer
A.J. van Dalen. Mevrouw J.E. Tolman verzorgde de muziekale omlijsting.

Tijdens de dienst sprak pastoor Rekveld een overdenking uit. Hij zei ondermeer: "In het herdenken en gedenken aan hen die gevallen zijn voor onze vrijheid ontkom je er niet aan het te plaatsen in onze tijd. De drie kernwoorden Vrijheid, grondrecht en veiligheid kun je samenvatten in dat ene woord waar iedereen naar verlangt; VREDE. De geschiedenis leert ons dat vrede niet komt aangewaaid op de vleugels van een duif, maar dat daarvoor keiharde arbeid nodig is. Het neerleggen van wapens alleen is nog geen vrede. Het vraagt meer. Het vraagt met elkaar in gesprek te gaan, elkaars standpunten te leren kennen, elkaars voorkeuren te leren kennen en je op de hoogte stellen van elkaars gedachten. Vrede is, aldus pastoor Rekveld, de goede wil van een ander te ontdekken en te verwoorden." Tot slot sprak dominee Van Driel een vredeswens uit.

Moge er vrede zijn! Mogen de doden vrede vinden,
moge er vrede zijn
voor allen die nu nog in oorlog verkeren,
voor hen die op de vlucht zijn voor geweld,
voor hen die lijden aan onderdrukking,
voor allen die nog dagelijks de littekens voelen
van een voorbije oorlog.
Moge er vrede zijn voor de kinderen,
voor alle mensen, voor onze aarde.
Wensen we elkaar die vrede.





De aanwezigen luisteren aandachtig naar de vredeswens van dominee Van Driel
De aanwezigen luisteren aandachtig naar de vredeswens van dominee Van Driel

Een jager in Ceremonieel Tenue
Een jager in Ceremonieel Tenue

Dodenherdenking op het Militair ereveld Grebbeberg

Onder grote publieke belangstelling organiseerde het Regionaal Militair Commando Midden van de Koninklijke Landmacht, in samenwerking met de gemeente Rhenen, op het Militair ereveld Grebbeberg een herdenking ter nagedachtenis aan de beroepsmilitairen en dienstplichtigen die sinds 9 mei 1940, waar ook ter wereld, zijn gevallen.
Prof.mr. Pieter van Vollenhoven en zijn zoon Prins Pieter Christiaan woonden de herdenking bij. De plaatsvervangend commandanten van land-, lucht- en zeemacht alsmede van de Koninklijke Marechaussee vertegenwoordigden de krijgsmachtdelen. De erewacht tijdens de plechtigheid werd gevormd door het
11e Infanteriebataljon Garderegiment Grenadiers en Jagers. Bij de herdenking waren nabestaanden, militairen, veteranen en opvallend veel jongeren aanwezig. De heer R.G.A. Hoefsmit, plaatsvervangend algemeen directeur, vertegenwoordigde de Oorlogsgravenstichting.

Voorafgegaan door klokgelui begaven de autoriteiten en andere genodigden zich vanaf Hotel
't Paviljoen in een stille tocht naar het militair ereveld. Daar was inmiddels de Vaandelwacht ingetreden. Generaal-majoor A.C. Oostendorp, plaatsvervangend commandant Landstrijdkrachten en tevens gastheer van deze herdenking, werd uitgenodigd de aangetreden erewacht te inspecteren. Vervolgens stelden de vier vertegenwoordigers van de krijgsmachtdelen en de vertegenwoordiger van de Commandant der Strijdkrachten zich op voor het Leeuwenmonument en zochten de andere genodigden hun plaats op. Aalmoezenier J. van Lieverloo sprak een overdenking uit. Daarin richtte hij zich met nadruk op de aanwezige jongeren. Hij stelde de vraag hoe vaak zij al langs een oorlogsmonument waren gelopen zonder zich dat te realiseren, zonder bij de betekenis daarvan stil te blijven staan. Waarschijnlijk talloze keren. "Oorlogsmonumenten," aldus de heer Van Lieverloo, "nodigen ons uit tot herdenken. Elke dag, ook vandaag want onze huidige vrijheid, onze veiligheid is niet vanzelfsprekend. En vandaag worden we stil om ons dat te realiseren. Om er bij stil te staan dat er mensen zijn geweest die stierven voor wat hen heilig was. Zo zitten wij hier bijeen. En misschien zit u hier ook met in uw gedachten één enkele naam van één van uw meest dierbaren, die van een familielid of goede kameraad. Een mens wordt pas echt belangrijk voor je als je met hem of haar te maken hebt, als hij of zij intens met jou het leven deelt, als hij of zij een stukje is van je eigen vlees en bloed. Wij houden hen in leven in onze gedachten. Vrijheid, veiligheid en gerechtigheid moeten elke dag opnieuw bevochten worden. Die waarden waarvoor velen toen hun leven gaven, zouden ons nu allen moeten binden in deze herdenking en straks in het leven van alle dag. Vanuit mijn geloof wil ik er op vertrouwen dat vrede mogelijk is. Wil ik er op vertrouwen dat vrijheid kan, wil ik er op vertrouwen dat de dood en onderdrukking nooit het laatste woord zal hebben. Vanuit dat vertrouwen wil ik graag met u herdenken." Vervolgens declameerde mevrouw Anita Poolman een aantal citaten en gedichten. Zij las ondermeer een fragment voor uit het Vredeslied van Yaakov Rotblit.

Laat de zon opgaan, de morgen verlichten
het zuiverste gebed zal ons niet doen terugkeren
Hij wiens vlam is gedoofd en in de aarde is begraven
geen bittere huilbui zal hem wekken
noch hem hier terug brengen
Niemand zal ons doen terugkeren
van de duisternis van het graf
Laat de zon de bloesem doorschijnen
kijkt niet om
laat de gevallenen rusten
Kijkt hoopvol vooruit
niet door de vizier van een geweer
Zegt niet - de dag zal komen
brengt die dag

De hoornblazer van de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso blies de taptoe waarna twee minuten stilte in acht werd genomen. Een serene rust daalde neer op de Grebbeberg. Alleen het kwetteren van de vogels en het zachte ritselen van de bladeren was nog hoorbaar. Iedereen was stil met zijn eigen gedachten. Aansluitend werden het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus gezongen. Als eerbetoon aan de gevallenen werden namens 26 organisaties kransen gelegd bij het Leeuwenmonument. Een rondgang over het ereveld sloot de bijeenkomst af.     





De heer R.G.A. Hoefsmit legt een krans namens de Oorlogsgravenstichting
De heer R.G.A. Hoefsmit legt een krans namens de Oorlogsgravenstichting

Herdenkingen Indonesië

In Indonesië vond op 4 mei de jaarlijkse Dodenherdenking plaats in Jakarta en Surabaya. Op het ereveld Menteng Pulo ving de plechtigheid aan met een rondgang onder klokgelui over het ereveld naar de vlaggenmast, waar een vijftal kransen werd gelegd en twee minuten stilte werd gehouden.

Na een welkomstwoord in de Simultaankerk door de directeur Indonesië, de heer P. Steenmeijer, was het woord aan de directeur van de Nederlandse Internationale School (NIS), mevrouw K. Peters. Zij vertelde over de activiteiten van de leerlingen in het kader van het thema 4 mei, waarna de kinderen zelf gemaakte gedichten voordroegen. Aan de wand van de kerk hingen tekeningen en gedichten van de leerlingen van de NIS.
Vervolgens sprak de Gevolmachtigd Minister, de heer T. Kamper. Hij benadrukte hoe belangrijk het is om de jongere generatie te betrekken bij het gedenken en herdenken en verheugde zich in de aanwezigheid van zo vele kinderen bij de plechtigheid.
Na het zingen van twee coupletten van het Wilhelmus, begeleid door een hoornblazer van het Korps Mariniers, werd de rondgang voortgezet via het Columbarium. Daar legde de echtgenote van de ambassadeur, mevrouw M. van Dam, een handboeket bij de urn van de onbekende soldaat. De bezoekers, die in groten getale aanwezig waren, kregen losse bloemen aangereikt die bij individuele graven konden worden gelegd. Hiermee werd de herdenking in Jakarta beëindigd.


Toespraak door de Gevolmachtigd Minister, de heer T. Kamper
Toespraak door de Gevolmachtigd Minister, de heer T. Kamper

Mevrouw S. Kho-Pangkey
Mevrouw S. Kho-Pangkey

Terzelfdertijd vond in Surabaya de Dodenherdenking plaats op het ereveld Kembang Kuning. De Nederlandse consul, mevrouw S. Kho-Pangkey, sprak de beperkte groep belangstellenden toe waarna zij een krans legde bij het Karel Doormanmonument namens het Koninkrijk der Nederlanden. De tweede krans werd gelegd door een delegatie van de Stichting Het Gebaar, bestaande uit de heren H.Th. Bussemaker en A.A. Lutter. De doden werden herdacht tijdens twee minuten stilte.


Hong Kong 4 mei 2007
Hong Kong 4 mei 2007

Dodenherdenking Hong Kong

De Dodenherdenking op Sai Wan War Cemetery begon om 18:25 uur met een toespraak bij het 'Cross of Sacrifice' door de consul-generaal
Mr. J. Revis.
Na de kranslegging volgden twee minuten stilte en het blazen van de 'Last Post' door  een trompetblazer van de Hong Kong Police Band. De plechtigheid werd besloten met een stille tocht langs de Nederlandse oorlogsgraven.

 



Dodenherdenking Düsseldorf (Duitsland)

Op 4 mei 2007 om 14.00 uur vond op het Nederlandse ereveld te Düsseldorf de nationale herdenking plaats, georganiseerd door het consulaat-generaal. Ongeveer 65 personen, waaronder nabestaanden, vertegenwoordigers van het consulaat, genodigden en belangstellenden woonden de plechtigheid bij.

Na het blazen van de taptoe en twee minuten stilte werden kransen gelegd door de consul-generaal, de heer J.A.M. Giesen, de burgemeester van Düsseldorf, een vertegenwoordiger van de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge en namens de Nederlandse kerken in Noordrijn-Westfalen. Pastoor F. Muysers en dominee P. Roggeband lazen voor uit de bijbel. In een nabij gelegen restaurant werden zoals gewoonlijk ervaringen uitgewisseld. 


Het Nederlands Carillon
Het Nederlands Carillon

Dodenherdenking Washington D.C. USA

Op 4 mei 2007 zijn in Washington D.C. de Nederlandse oorlogsslachtoffers, met name de 138 die begraven liggen in de Verenigde Staten van Amerika, herdacht. Namens het Koninkrijk der Nederlanden legden de ambassadeur
mr C.M.J. Kröner en de defensieattaché commandeur M.B. Hijmans een krans bij het Nederlandse carillon. Het carillon staat aan de oever van de Potomac rivier en kijkt uit over de Arlington National Cemetery. Na de kranslegging hield de heer Kröner een toespraak. Hij herinnerde eraan dat vrijheid geen vanzelf-sprekendheid is en dat daarvoor hoge offers zijn gebracht. De nagedachtenis aan de slachtoffers in herinnering houden, vindt hij een ereplicht. De heer Kröner wees erop dat ook heden ten dage wordt gestreden voor de vrijheid. Nederland levert in Afghanistan, en elders in de wereld, een belangrijke bijdrage aan die strijd.

Verspreid langs de oost- en westkust van de Verenigde Staten liggen 138 Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven. Hun graven zijn in beheer en onderhoud van de Oorlogsgraven-stichting. Het betreft hier veelal omgekomen militairen van de Koninklijke Marine en leden van de gemilitariseerde Koopvaardij. In Jackson, MS liggen 26 militairen begraven die omgekomen zijn tijdens hun vliegopleiding (zie artikel hieronder). Het was de eerste keer dat de nationale dodenherdenking bij het Nederlands carillon in Washington werd georganiseerd. Het carillon is in 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana geschonken aan het Amerikaanse volk als dank voor de steun die ons land ontving tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De oorspronkelijke 49 bellen zijn in Nederland vervaardigd en in 1954 in een tijdelijke toren opgehangen.
De Nederlandse architect J.W.C. Boks realiseerde in 1960 een permanente klokkentoren.
Op 5 mei 1960 is het carillon plechtig ingewijd. Ter gelegenheid van de vijftigste herdenking van de bevrijding van Nederland - in 1995 - is een extra bel aan het carillon toegevoegd. Tijdens officiële herdenkingen wordt het bespeeld door een beiaardier. Sinds 1995 is het ook mogelijk het carillon automatisch te laten spelen. Dagelijks wordt zo een afwisselend aantal liederen ten gehore gebracht.




Nederlandse vliegers herdacht tijdens Memorial Day

Op Memorial Day, 28 mei 2007, zijn de 26 Nederlandse vliegers herdacht die in de Tweede Wereldoorlog tijdens hun vliegopleiding in Amerika zijn omgekomen en die begraven liggen in een apart erehof op de Cedar Lawn begraafplaats in Jackson, Mississippi. De graven in het erehof worden beheerd door de Oorlogsgravenstichting. Namens de stichting waren de heren P.C. van der Graaf en
J.J. Teeuwisse bij de herdenking aanwezig.

Na de val van Nederlands-Indië in maart 1942 verzochten de Nederlandse autoriteiten die naar Australië waren uitgeweken de Amerikaanse regering faciliteiten beschikbaar te stellen om een Nederlandse vliegschool op te kunnen richten. De Amerikaanse luchtmachtbasis in Jackson, Mississippi werd hiervoor aangewezen. Daar werd toen de Royal Netherlands Military Flying School gevestigd waar Nederlandse militairen tot vlieger werden opgeleid. De bedoeling was om op die manier een kleine luchtmacht op te bouwen die aktief een bijdrage zou kunnen leveren aan de bevrijding van Nederland en Nederlands-Indië. In de periode 1942-1944 zijn in Jackson vele honderden Nederlandse luchtmacht- en marinevliegers opgeleid die later in de strijd tegen Duitsland en Japan zijn ingezet. Tijdens de herdenking in Jackson sprak onder anderen de heer K. Ditto, oud-burgemeester van Jackson. Hij vertelde dat de inwoners van Jackson de Nederlandse vliegers die deel uitmaakten van de kleine gemeenschap in Jackson nooit zullen vergeten en de graven van de 26 omgekomenen voor altijd in ere zullen worden gehouden. Dit werd onderstreept door de aanwezigheid van inwoners van Jackson en de grote belangstelling van de lokale media. Vervolgens kreeg generaal-majoor H.A. Cross, commandant van de militaire troepen in de staat Mississippi, het woord. Generaal Cross schetste voor de aanwezigen in het kort de geschiedenis in de meidagen van 1940 in Nederland en de gebeurtenissen in Nederlands-Indië in maart 1942. Hij vertelde zelf vlieger te zijn geweest en daarom de beweegredenen van de Nederlandse militairen die in Jackson hun opleiding kregen goed te begrijpen. Hij vertelde groot respect te hebben voor hun inzet en gedrevenheid om de agressor zowel in Europa als in Zuidoost-Azië te lijf te willen gaan. Hoewel de 26 vliegers die in Jackson begraven liggen nooit aan de strijd hebben deelgenomen, noemde hij hun in zijn toespraak toch helden waarop Nederland trots kan zijn. Generaal Cross vertelde dat vandaag nog een speciale ceremonie zou plaatsvinden, namelijk de bijzetting van de urn met de asresten van een oud-instructeur van de vliegschool. Kapitein-vlieger b.d. Herman J.A.C. Arens, die in oktober 2005 is overleden, had de wens te kennen gegeven om bij zijn leerlingen in Jackson te worden begraven. De urn werd in het bijzijn van de weduwe, de dochter en twee kleinkinderen van de heer Arens door commandeur M.B. Hijmans, de Nederlandse defensie-attaché in Washington, plechtig bijgezet naast het erehof. Vervolgens werd door de heren B. Brown, de voorzitter van de American Legion Post 1, en de heer P.C. van der Graaf, algemeen-directeur van de Oorlogsgravenstichting, een krans gelegd bij het Nederlands monument in het erehof.

Ook in Nederland werden op 28 mei de Amerikaanse gevallenen herdacht. Namens de Oorlogsgravenstichting legde de vice-president mr R.S. Croll een krans op de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats in Margraten, Limburg.





Commandeur M.B. Hijmans plaatst de urn met de asresten van de heer Arens in het graf.
Commandeur M.B. Hijmans plaatst de urn met de asresten van de heer Arens in het graf.

Nederlandse vliegers geëerd

In het Armed Forces Museum op de Amerikaanse legerbasis Camp Shelby in Mississippi is een vitrine ingericht waarmee de nagedachtenis aan de Nederlandse vliegers die aan de Royal Netherlands Military Flying School te Jackson zijn opgeleid levendig wordt gehouden. De vitrine is een initiatief van de Amerikaanse veteraan, luitenant-kolonel b.d. Pete Sanders. Deze 87-jarige Sanders heeft met behulp van nabestaanden van Nederlandse vliegers, met name de dochter van marinevlieger Fred Streuding, documenten, foto's en objecten bijeengebracht aan de hand waarvan de geschiedenis van de Nederlandse vliegschool in Jackson gevisualiseerd wordt.

De vitrine, die op 29 mei 2007 werd onthuld door de weduwe van kapitein Arens, maakt deel uit van de permanente tentoonstelling in het museum en verbeeldt de ontstaans-geschiedenis van de vliegschool. Vanaf het vertrek uit Nederlands-Indië tot de aankomst in Australië, het vertrek naar Amerika en de opleiding in Jackson en de uiteindelijke deelname aan de strijd in Europa en het Verre Oosten. In totaal zijn 143 bommenwerperpiloten, 101 jachtvliegers, 141 bommenwerpernavigators, 77 radiotelegrafisten en 156 luchtschutters in Jackson opgeleid en gebrevetteerd.


Werkbezoeken in de Verenigde Staten

Tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten in verband met de herdenking in Jackson, Mississippi legde de heer P.C. van de Graaf, algemeen-directeur van de Oorlogsgravenstichting, een aantal werkbezoeken af. Hij sprak onder anderen met de Nederlandse ambassadeur in Washington, zijne excellentie mr C.M.J. Kröner, en diens plaatsvervanger de heer R. van Rijssen. Ook werd een bezoek gebracht aan de Amerikaanse zusterorganisaties de American Battle Monuments Commission en het Department of Veterans Affairs.

Tijdens het bezoek aan de Nederlandse ambassade bleek dat zowel de heer Kröner als de heer Van Rijssen goed op de hoogte zijn van de werkzaamheden van de Oorlogsgravenstichting. Op verschillende posten waren zij al met de stichting in contact gekomen. De heer Van der Graaf lichtte toe dat de diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland van onschatbare waarde zijn voor de uitvoering van de overheidstaak van de Oorlogsgravenstichting. Via de desbetreffende ambassades worden de lokale vertegenwoordigers, zoals de honoraire consuls, ingeschakeld bij de zorg van het Nederlandse oorlogsgraf in den vreemde. Zij vormen voor ons de "ogen en oren" op plaatsen waar de stichting zelf niet vertegenwoordigd kan zijn. Regelmatig worden oorlogsgraven die over de wereld verspreid liggen bezocht en geïnspecteerd. Wij ontvangen daarvan foto's en rapportages. Jaarlijks wordt hiervan een overzicht gepubliceerd in ons jaarbericht.

Ook werd van de gelegenheid gebruikgemaakt om de contacten met de Amerikaanse zusterorganisaties aan te halen. Zo bezocht de heer Van der Graaf de American Battle Monuments Commission (ABMC) waar hij ontvangen werd door de algemeen-directeur brigade generaal b.d. W.J. Leszczynski. De heer Leszczynski vertelde dat de ABMC in 1923 in het leven geroepen is om de nagedachtenis aan de Amerikaanse militairen die tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog gevallen zijn in ere te houden. Zij is daarbij verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van 24 overzeese Amerikaanse erevelden, waaronder die in Margraten. Vervolgens werd een bezoek gebracht aan het Department of Veterans Affairs. Daar werd hij ontvangen door de Under Secretary for Memorial Affairs,
Mr W.F. Tuerk. De heer Tuerk is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud aan 125 nationale begraafplaatsen (national cemeteries) in Amerika. Gebleken is dat op een aantal begraafplaatsen die door het Departement of Veterans Affairs beheerd worden ook Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven liggen. De heer Tuerk bood spontaan aan foto's van die graven te verstrekken. De heer Van der Graaf aanvaardde dit aanbod in dank. Zowel de heer Leszczynski als de heer Tuerk ontvingen een bronzen OGS-plaquette en een jaarverslag van de stichting. De Oorlogsgravenstichting kijkt terug op een aantal geslaagde en vruchtbare werkbezoeken, die uitstekend zijn voorbereid door luitenant-kolonel KLu C. Diepeveen verbonden aan het bureau van de defensieattaché in Washington DC.



De heer Tuerk (l) toont de plaquette die hij zojuist ontving van de heer Van der Graaf
De heer Tuerk (l) toont de plaquette die hij zojuist ontving van de heer Van der Graaf

De renovatie in volle gang
De renovatie in volle gang

Renovatie Nederlands ereveld Frankfurt am Main

Met aanzienlijke medewerking van het Gründflächenambt van de stad Frankfurt am Main zijn onze medewerkers van de groenvoorziening en technische dienst op 4 juni gestart met het renoveren van het Nederlands ereveld op het Waldfriedhof Oberrad. De werkzaamheden zullen een aantal weken in beslag nemen.

Het Nederlands ereveld in Frankfurt am Main is het op één na grootste Nederlandse ereveld in Duitsland, zowel in oppervlakte als wat betreft het aantal oorlogsgraven (756). De afgelopen jaren bleek dat sommige grafrijen te hoog stonden waardoor de funderingsbakken van de individuele stenen zichtbaar werden. Andere rijen waren te laag waardoor de stenen te diep stonden. Daarnaast gaf de geringe afstand tussen de omlijsting van veldkeien en de grafstenen problemen bij het vervangen van stenen. Ook de grasmat liet te wensen over. Op sommige donkere plaatsen van deze bosbegraafplaats groeide nauwelijks gras.

Een grootschalige renovatie van het ereveld met zijn tien grafvakken was daarom noodzakelijk. De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen, inmeten en op de juiste hoogte leggen van de grafomlijsting van veldkeien. Het opnieuw vullen van de plantenvakken met schone aarde en beplanting. Het frezen van de grasmat en op hoogte brengen van het grondniveau. Tot slot zal er een nieuw type schaduwbestendig gras worden gezaaid dat vermoedelijk beter zal groeien in de schaduwrijke bosomgeving.

Begin oktober zullen onze medewerkers van de groenvoorziening terugkeren met aanvullende grafbeplanting en vele duizenden bloembollen.



Het wapen van het Korps Mariniers
Het wapen van het Korps Mariniers

Mariniersgedenkplaat

De Oorlogsgravenstichting heeft het initiatief genomen tot het vervaardigen van een bronzen plaat waarop de namen van vijftien mariniers vermeld worden van wie de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is. De plaat wordt aangebracht op een nieuw te bouwen monument op het Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya, Indonesië. Op 25 januari 2008 zal de plaat worden onthuld.

Op de gedenkplaat worden de namen vermeld van vijftien mariniers die in het Verre Oosten zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen Japan, in krijgsgevangenschap, tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië en in Nederlands Nieuw-Guinea. De stoffelijke resten van deze slachtoffers zijn nooit geborgen, zodat voor hen geen oorlogsgraf kon worden ingericht. Teneinde hun nagedachtenis in ere te houden, vermeldt de OGS hun personalia nu op de gedenkplaat. De onderstaande naamlijst is zorgvuldig samengesteld.
Heeft u desondanks op- en/of aanmerkingen op deze lijst, neemt u dan zo snel mogelijk contact op met de heer J. Teeuwisse, 070-3131081, e-mail: jjteeuwisse@ogs.nl

BOER, G. DE 15-05-1917 02-05-1945 MARN.I
CATTENBURCH, W.O. VAN 10-04-1915 06-03-1942 MARN.II
CLARISSE, H. 07-01-1916 06-03-1942 MARN.I
FIAL, J.H. 18-12-1924 06-03-1942 MARN.III
HERREIJGERS, C. 31-05-1928 27-02-1949 MARN.III
HEUVEL, K. VAN DEN 17-03-1916 06-03-1942 MARN.I
KRENS, D.E.G.V. 06-11-1918 06-03-1942 MARN.III
LEEUWEN, J. VAN 15-03-1923 06-03-1942 MARN.III
NIEUWENHUIJS, H. 02-05-1912 13-07-1946 KORPL.MARS.
ONSTEIN, B. 23-09-1915 06-03-1942 MARN.I
PAAP, G.A. 09-05-1925 05-03-1942 MARN.III
REEP, W. 05-10-1918 05-03-1942 KORPL.ADB.MARS.
SEGGELEN, J.W. VAN 15-04-1925 14-05-1947 KORPL.MARS.OVW.
TRIEST, G. VAN 27-06-1916 05-03-1942 MARN.I
VINK, C. DE 17-03-1935 18-03-1954 MARN.II

Nabestaanden van deze slachtoffers die geregistreerd zijn bij de Oorlogsgravenstichting hebben hierover inmiddels bericht ontvangen. Bent u nabestaande van een oorlogsslachtoffer en wilt u van verdere activiteiten op de hoogte gehouden worden, maak dan eveneens uw naam en adres bekend aan de Stichting info@ogs.nl



Bezoek Nederlands ereveld Pandu te Bandung

Regelmatig ontvangt de Oorlogsgravenstichting klachten van individuele bezoekers aan het Nederlands ereveld Pandu te Bandung over vervelende confrontaties die zij bij het betreden van de openbare begraafplaats Pandu op doorgang naar het ereveld, met bedelende zwervers hebben gehad. Er wordt aan bezoekers van het ereveld gesuggereerd om de auto te parkeren bij de ingang van de openbare begraafplaats en ook wordt bezoekers ongevraagd begeleiding aangeboden of zelfs opgedrongen. Na afloop verwacht men een geldelijke beloning van de bezoekers.

Wij betreuren deze situatie uiteraard ten zeerste. Reeds vele malen hebben wij ons ongenoegen hierover kenbaar gemaakt aan de beheerder van de openbare begraafplaats en lokale autoriteiten. Ook hebben wij in gezamenlijk overleg getracht tot een redelijke oplossing van deze problemen te komen, doch deze inspanningen zijn tot nu toe helaas zonder succes gebleven. Men begrijpt ook niet waarover wij ons nu zo druk maken. Indonesiërs zijn gewend aan minder bedeelden kleine fooien te geven voor bewezen diensten – gevraagde en ongevraagde - en wat is nu een paar duizend rupiah voor welgestelde toeristen, zo is de redenering. Men realiseert zich niet dat het optreden van deze zwervers door westerlingen al snel als bedreigend wordt ervaren. Wij hebben op de openbare begraafplaats echter geen enkel mandaat en de situatie is nu eenmaal zo, dat het ereveld alleen via deze begraafplaats te bereiken is. Wij adviseren individuele bezoekers aan het ereveld van tevoren telefonisch contact op te nemen met de beheerder van het ereveld (tel.: +62-22-6037997), of indien men de bahasa Indonesia niet machtig is, met ons kantoor te Jakarta (tel.: +62-21-7207983) en het tijdstip van uw bezoek af te spreken. De beheerder of een van zijn medewerkers zal u bij de toegangspoort van het ereveld opwachten. Regelt u vooraf vervoer naar het ereveld en spreek met de chauffeur van de auto/taxi af dat hij bij aankomst bij de openbare begraafplaats niet daar parkeert maar direct doorrijdt tot aan het toegangshek van het ereveld en de auto vervolgens binnen het hek van het ereveld parkeert. Er is voldoende en veilige parkeergelegenheid op het ereveld Pandu. Zo ontmoet u de minste moeilijkheden. Voor het eventuele ongemak bieden wij u gaarne onze verontschuldiging aan.




De toegangspoort van het Nederlands ereveld Pandu te Bandung
De toegangspoort van het Nederlands ereveld Pandu te Bandung

Begin deportatie Joodse landgenoten

Op 15 juli 2007 was het precies 65 jaar geleden dat de eerste deportatietrein met aan boord 1137 Joodse Nederlanders vanuit Westerbork naar het Oosten vertrok. Na een reis van circa 40 uur arriveerde de trein in het vernietigingskamp Auschwitz in Polen. Daar werden de ouderen en moeders met hun kinderen direct bij aankomst in de gaskamer vermoord, waarna hun lichamen werden verbrand. De mannen werden geselecteerd en tewerkgesteld in de zware industrie in de omgeving van het kamp. Tijdens de oorlog werden 106.000 Nederlandse Joden via Westerbork weggevoerd, van wie ruim 102.000 door de nazi's zijn omgebracht.

Toen de Duitsers ons land bezetten in mei 1940 voelden de Joodse landgenoten zich bedreigd. Net als de rest van de wereld hadden ze gezien en gehoord hoe de nazi's de Joden vervolgden. Toch hadden velen de verwachting dat het in Nederland niet zo een vaart zou lopen. Na september 1940 werden echter geleidelijk alle Duitse anti-Joodse maatregelen ook in ons land van kracht. Zo moesten zij zich laten registreren, mochten bepaalde beroepen niet meer uitoefenen, parken en openbare gebouwen werden verboden terrein, zij mochten niet meer vrijelijk reizen en werden gedwongen een ster te dragen. Dat was het begin van de systematische jodenvervolging in Nederland.

Onlangs kregen wij van de heer Bert van Gelder een artikel toegestuurd over de lotgevallen van het Joodse jongetje Alfred Salomon (Freddy) Monas. De ouders van Freddy, Maurits (Maup) Monas en Jenetta (Nettie) Lezer traden op 10 december 1941 in het huwelijk. Op dat moment was Nederland al bezet door de Duitsers en hing een pakket anti-joodse maatregelen als een dreigende wolk boven het bruidspaar en hun familieleden. Op dat moment kende nog niemand het lot dat het merendeel van de Joodse bevolking binnen een termijn van twee jaar zou treffen. Het jonge paar vestigde zich aan de Bosschestraat 75 in de Haagse wijk Belgisch Park. In de zomer van 1942 ontvingen de ouders, familieleden en vele vrienden van Maup en Nettie de oproep zich te melden voor deportatie naar Westerbork. Onder deze tragische omstandigheden verwachtten zij hun eerste kind. Op 28 oktober 1942 werd hun zoon Freddy geboren. Begin november 1942 lag ook voor hen de oproep al in de bus. Omdat een onderduikplek op zo een korte termijn niet te regelen was, besloten zij gehoor te geven aan de oproep en naar kamp Westerbork te gaan, waar zij op 4 december 1942 aankwamen. Op dat moment was het nog mogelijk om op grond van zwangerschap of ziekte tijdelijk uitstel van transport naar het Oosten te krijgen. Ook werden kinderen jonger dan drie maanden nog niet gedeporteerd. Freddy was op dat moment pas vijf weken oud en het gezin kon daarom eind 1942 terugkeren in de Bosschestraat. Maup maakte zich zorgen dat de kleine Freddy de verhuizing naar het Oosten niet goed zou doorstaan en vroeg zijn jeugdvriend Arie van Gelder een kosthuis voor zijn zoon te zoeken. Arie die nog thuis woonde, besprak dit met zijn moeder en zij besloten Freddy zelf op te vangen. Toen Freddy drie maanden oud was, ontving het gezin Monas een tweede deportatiebevel. Arie ging met een dekentje naar Maup en Nettie om Freddy op te halen. Maup en Nettie waren radeloos en konden hun kind niet meegeven. Onder tijdsdruk moesten zij uiteindelijk toch een beslissing nemen en na een emotioneel en dramatisch afscheid liep Arie met een tas met daarin de kleine Freddy naar buiten. Toen hij bijna bij de hoek Gentsestraat/Stevinstraat was, hoorde Arie achter zich geroep en hollende voetstappen. Maup en Nettie hadden zich bedacht en besloten dat zij Freddy toch zouden meenemen. Arie gaf Freddy terug aan zijn ouders. Dat was de laatste keer dat hij hen drieën zou zien. Op 31 mei 1943 arriveerden Maup, Nettie en Freddy in Westerbork. Op 16 november 1943 werden ze gedeporteerd naar Auschwitz, waar Nettie en Freddy bij aankomst direct werden omgebracht. Maup werd ingezet als dwangarbeider en overleed uiterlijk 31 maart 1944.




In Memoriam W.F.K. Bischoff van Heemskerck

Op zaterdag 28 juli 2007 overleed in Zwitserland de heer W.F.K. Bischoff van Heemskerck, oud-president van de Oorlogsgravenstichting (OGS). Hoewel de heer Bischoff al bijna 15 jaar geleden afscheid van de Stichting had genomen, bleef hij het werk met belangstelling en grote interesse volgen. Bij de première, vorig jaar, van de film "Want elk graf heeft z'n verhaal" stuurde de heer Bischoff per fax een reactie. Hij schreef dat de wijze waarop het werk van de Stichting in Indonesië werd verbeeld diepe indruk op hem had gemaakt. Bij zijn vertrek, in 1993, had de heer Bischoff zich ruim 40 jaar bestuurlijk ingezet voor de OGS. Sinds 1952 was hij lid van de Raad van Bestuur. Twintig jaar later trad hij toe tot het Dagelijks Bestuur en in 1981 werd hij benoemd tot president van de Oorlogsgravenstichting.

Als adjudant van Koningin Wilhelmina en later Koningin Juliana kwam de heer Bischoff van Heemskerck, zelf oud-verzetsman en voormalig concentratiekampgevangene, in aanraking met het werk van de Oorlogsgravenstichting. Hij was zo overtuigd van het belang van de doelstelling van de Stichting, dat, toen hij in 1952 gevraagd werd toe te treden tot de Raad van Bestuur, hij daarover niet lang hoefde na te denken. Bij zijn benoeming zei hij ondermeer: "Ruim 200.000 Nederlanders verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven. Zonder meer kunnen wij stellen, dat het grootste offer dat zij brachten, ons overlevenden en ons nageslacht, wederom in staat stelt te leven in een vrij Nederland. Wij hebben tegenover hen de dure ereplicht om hun laatste rustplaats tot in de perfectie te blijven verzorgen." In 1964 was hij dan ook de stuwende kracht achter het initiatief om ter nagedachtenis van 47 geheim agenten die op 6 en 7 september 1944 in Mauthausen zijn omgebracht een gedenkplaat te plaatsen op de plek waar Oost-Europese medegevangen, met gevaar voor eigen leven, hun asresten hadden begraven. Bij zijn benoeming tot president in 1981 zei hij: "Ons werk getuigt in stilte van menselijk falen in het verleden, maar dient tevens als een ernstige waarschuwing voor komende generaties. Voor de familieleden der gevallenen moet het een troost zijn, dat het gehele Nederlandse volk er zich van bewust is, dat het groot en onherstelbaar verlies helaas niet anders is te verzachten, dan door met liefde en toewijding over de graven van hun geliefden te waken. Het is mij een voorrecht nog iets te mogen doen voor degenen waar ik zo een bewondering voor heb." Ook ondersteunde de heer Bischoff van harte het idee om de namen van de 7 Britse en 40 Nederlandse geheim agenten bij de eerder geplaatste gedenkplaat aan te brengen. Tijdens de onthulling van die naamplaat op 6 september 1984 sprak hij de volgende woorden: "Omdat ik zelf ruim 4 jaar de verschrikkingen van een concentratiekamp heb meegemaakt, besef in ten volle welke daad de Russische en Joegoslavische medegevangenen gesteld hebben om deze helden te eren en aan de vergetelheid te ontrukken. Een daad waarvoor wij hen altijd dankbaar zullen blijven, een daad die het mogelijk maakt om op deze historische plek samen te komen om hen te gedenken, die in de eerste plaats u - nabestaanden - maar ook ons allen, zo dierbaar zijn. Hun namen zullen nimmer meer vergeten worden."

Op 31 maart 1993 nam de heer Bischoff van Heemskerck afscheid van de Oorlogsgraven-stichting. In zijn toespraak memoreerde hij het feit dat hij de laatste president was die het lijden in de oorlog zelf aan den lijve heeft ondervonden. Zijn inzet en motivatie bij de uitvoering van het werk van de Oorlogsgravenstichting werden in hoge mate bepaald door die persoonlijke ervaringen. Volgens hem is het werk van de OGS een onaantastbare ereplicht voor de overheid en de Nederlandse bevolking. Bij zijn afscheid werd de heer Bischoff benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. De bijbehorende versierselen ontving hij uit handen van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mevrouw D.IJ.W. de Graaff-Nauta. Deze hoge koninklijke onderscheiding onderstreepte niet alleen zijn grote bestuurlijke kwaliteiten, maar bracht vooral ook de maatschappelijke waardering voor zijn persoonlijke inzet bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Oorlogsgravenstichting tot uiting. Wij zijn de heer Bischoff van Heemskerck veel dank verschuldigd en zullen zijn innemende en hartelijke persoonlijkheid in dankbare herinnering houden.





De heer Bischoff van Heemskerck tijdens de onthulling van de naamplaat in Mauthausen
De heer Bischoff van Heemskerck tijdens de onthulling van de naamplaat in Mauthausen

Documentaire Want elk graf heeft z'n verhaal te bekijken op themakanaal Geloven van de NCRV

Vanaf zondag 12 augustus vertoont de NCRV op haar themakanaal ‘Geloven' de indringende documentaire 'want elk graf heeft z'n verhaal'. Gedurende 3 weken zal de documentaire op diverse momenten worden uitgezonden. Zo is de film onder andere te zien op 15 augustus (Herdenking Capitulatie Japan) en op 7 september (Nationale Indië Herdenking).
'want elk graf heeft zijn verhaal' is eerder uitgezonden door de NCRV in het najaar van 2006. Op het kanaal Geloven is nu de onversneden versie te zien, waarin ook beelden van graven van Nederlandse militairen die tijdens recente vredemissies zijn omgekomen getoond worden.

In 'want elk graf heeft z'n verhaal'  horen wij de indrukwekkende geschiedenis van slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië van 1 maart 1942 tot 15 augustus 1945. Nabestaanden komen aan het woord die - veelal voor de eerste keer - het graf bezoeken van iemand die hen zeer dierbaar is. Documentairemaakster Pia van der Molen volgt er zes. De heer Wim Ritmeester, die samen met zijn drie zonen het graf bezoekt van zijn vader, die hij op 14-jarige leeftijd voor het laatst zag. De heer Leo Grollé, wiens vader is omgekomen bij de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, de heer Henk Horn, zijn vader is als dwangarbeider omgekomen in Japan, de heer Robert Schabracq, zijn grootvader is overleden in een Japans interneringskamp op Java en de twee zusters Kuijpers, hun broer is gesneuveld in de periode van de politionele acties in Nederlands-Indië.

De verhalen van het themakanaal Geloven kan worden bekeken door mensen met een abonnement op digitale televisie via kabelmaatschappijen Essent@Home, Delta en CaiWay.

De film 'want elk graf heeft z'n verhaal' is verkrijgbaar op DVD en te bestellen bij de Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Daarnaast is de film in zijn geheel te zien via de volgende link: WANT ELK GRAF HEEFT Z'N VERHAAL

 



Oorlogsdoden in Verre Oosten herdacht

Op 15 augustus 2007 zijn bij het Indisch Monument in Den Haag de oorlogsslacht-offers herdacht die in de strijd tegen Japan en tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië zijn omgekomen. Ook op het Nederlands ereveld Menteng Pulo
te Jakarta werd een herdenking gehouden.

Sinds 1980 organiseert de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 (capitulatie Japan) in Den Haag een bijeenkomst die uit twee delen bestaat. Het eerste deel betreft een samenzijn in het WFCC (voormalig Nederlands Congresgebouw) waarbij verschillende sprekers aandacht vragen voor de gebeurtenissen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vaak vertellen zij over persoonlijke ervaringen. Het tweede gedeelte omvat een herdenkingsplechtigheid bij het Indisch Monument aan de Teldersweg, waar autoriteiten en vertegenwoordigers van organisaties kransen leggen ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers. Namens de Oorlogsgravenstichting legden de heren P.C. van der Graaf, algemeen directeur, en
C.N.J. Neisingh, algemeen secretaris van het bestuur, een krans. In 1999 is van overheids-wege de historische betekenis van de capitulatie van Japan erkend als het formele einde van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien geldt voor de Rijksoverheid een algemene vlaginstructie. Dit houdt in dat vanaf alle rijksgebouwen de vlag wordt uitgestoken op 15 augustus. Ook andere instellingen, organisaties en particulieren worden verzocht de vlag uit te hangen. De Oorlogsgravenstichting is een van de organisaties die al vele jaren vlagt op die dag. Niet alleen bij het hoofdkantoor in Den Haag, maar ook op de Nederlandse erevelden op Java. Daarmee wordt het belang van die dag als nationale gedenkdag onderstreept. Tijdens een herdenking op het Nederlands ereveld Menteng Pulo te Jakarta legde de Gevolmachtigd Minister, dr. A. Koekkoek, een krans namens het Koninkrijk der Nederlanden.


De Gevolmachtigd Minister dr. A. Koekkoek (m) met links van hem KTZ mr. A.H.L. Louter en rechts AOO KLu A.W.P. Rameckers
De Gevolmachtigd Minister dr. A. Koekkoek (m) met links van hem KTZ mr. A.H.L. Louter en rechts AOO KLu A.W.P. Rameckers

Gedenkplaten onthuld in Neuburxdorf, Duitsland

Zeven landen, waaronder Nederland, waren vertegenwoordigd bij de plechtige inwijding van elf bronzen naamplaten op het Soldatenfriedhof te Neuburxdorf op
8 september 2007. Namens het Koninkrijk der Nederlanden legde kolonel F. Vrenken, de militair attaché in Berlijn, een krans. Legeraalmoezenier T. van Vilsteren sprak in het Nederlands en in het Duits een overdenking uit. Een delegatie Nederlandse militairen uit Münster trad op als vaandelwacht en vormde, samen met delegaties uit Frankrijk en Italië, een erewacht bij het monument. De onthulling werd bijgewoond door oud-gevangenen, nabestaanden, genodigden en belangstellenden uit België, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Servië en Slowakije.

In 2006 werd de Oorlogsgravenstichting via de Nederlandse ambassade in Berlijn gevraagd om de namen te leveren van Nederlandse krijgsgevangenen die begraven liggen op het Soldatenfriedhof te Neuburxdorf. De gemeente Bad Liebenwerda had namelijk het initiatief genomen de namen van geallieerde krijgsgevangenen die omgekomen zijn in het krijgsgevangenenkamp Stalag IV B Mühlberg en die begraven liggen op de Kriegsgräberstätte te Neuburxdorf te laten aanbrengen op bronzen platen. Op de platen staan onder andere de namen van vier Nederlandse krijgsgevangenen vermeld. Daarnaast zijn de namen aangebracht van 12 Joodse personen die vanuit Nederland naar Bergen-Belsen gedeporteerd zijn. Bij de evacuatie van dit concentratiekamp vertrok op 10 april 1945 een trein met bijna 2500 Joodse gevangenen die na een lange reis uiteindelijk bij Tröbitz door de Russen werden bevrijd. Tijdens de reis, maar ook na de bevrijding zijn nog vele gevangenen aan ziekten en ontberingen overleden. Hun lichamen zijn in en in de omgeving van Tröbitz begraven. Dit transport staat bekend als Das verlorenen Transport. Aanvankelijk lagen er negen Nederlandse krijgsgevangenen in Neuburxdorf begraven. Na de oorlog zijn de stoffelijke resten van vijf slachtoffers overgebracht naar Nederland.


Consuldag 2007

Op woensdag 12 september vond de jaarlijkse contactdag voor consuls van de Oorlogsgravenstichting plaats. Reisdoel was ditmaal het eiland Texel.

Verzamelpunt was het Marinemuseum in Den Helder. Aan boord van het museumrestaurant, het ramschip De Schorpioen, kreeg men koffie met koek aangeboden. Met de Tesoboot van 10.30 uur ging het gezelschap van bijna 150 personen over naar Texel. Het gezelschap werd in twee groepen verdeeld, waarna de ene helft 's ochtends het Schipbreuk en Juttersmuseum Flora bezocht en de andere helft een sightseeing tour over het eiland maakte, gecombineerd met een bezoek aan de Georgische oorlogsbegraafplaats Loladse. Op het terrein van het kleurrijke Juttersmuseum staan de meest vreemdsoortige voorwerpen uitgestald. Grote voorwerpen, zoals ankers, roeren, vliegtuigonderdelen zijn door vissers bovenwater gehaald en overgedragen aan het museum. In het museum zijn veel kleine voorwerpen tentoongesteld die op het strand zijn aangespoeld en door jutters zijn meegenomen. Jan Uitgeest, een van die jutters, vertelde aan de hand van de meest curieuze voorwerpen over zijn ervaringen en belevenissen op het strand van Texel.


Aandachtig gehoor in het Schipbreuk en Juttersmuseum Flora
Aandachtig gehoor in het Schipbreuk en Juttersmuseum Flora

Vervolgens werd een busrit over het eiland gemaakt, waarna een bezoek werd gebracht aan de Sovjetbegraafplaats Loladse - waar 476 Georgiërs in verzamelgraven begraven liggen onderwie hun commandant Schwalma Loladse. Daar kregen de consuls uitleg over de geschiedenis van de Georgiërs op Texel. Velen waren in 1941 en 1942 na de Duitse aanval op de Sovjet Unie krijgsgevangen gemaakt. Om aan de erbarmelijke leefomstandigheden in krijgsgevangenschap te ontkomen, traden de Georgiërs in Duitse krijgsdienst. Vanaf 1943 waren zij in Nederland gestationeerd. Eerst in Zandvoort en vanaf 6 februari 1945 op Texel. Op het einde van de oorlog realiseerden de Georgiërs zich dat hun een zware straf wachtte als zij terugkeerden in de Sovjet Unie. Om zich van het Duitse leger los te maken, kwamen zij op 6 april 1945 in opstand. Zij vermoordden toen een groot aantal Duitse militairen. Toen dit bekend werd op het vasteland werden Duitse hulptroepen vanuit Den Helder overgezet naar het eiland. Deze troepen sloegen de Georgische opstand bloedig neer. Naast het eerdergenoemde aantal Georgiërs kostte deze opstand aan ruim 70 Texelse burgers het leven.


Lunch bij de Schapenboet
Lunch bij de Schapenboet

Na het ochtendprogramma verzamelden de twee groepen zich bij een schapenboet in het natuurgebied
'De Nederlanden' voor de lunch.
Hier werden de consuls door mevrouw C.J. Geldorp-Pantekoek, de burgemeester van Texel, van harte welkom geheten.

Vervolgens kreeg de heer P.C. van der Graaf, de algemeen directeur van de Oorlogsgravenstichting, het woord.
Hij bracht het werk van de Oorlogsgravenstichting nog eens onder de aandacht en onderstreepte daarbij het grote belang van het werk van de consuls.
Hij bedankte de burgemeester voor haar hartelijke en gastvrije ontvangst op Texel, die mede mogelijk was gemaakt dankzij de grote inzet en medewerking van de consul van Texel, de heer P. Bolier.



De heer Van der Graaf feliciteert de heer Van der Linden
De heer Van der Graaf feliciteert de heer Van der Linden

Vervolgens richtte de heer
Van der Graaf het woord tot de heer H.W. van der Linden oud-consul van de voormalige gemeente
's-Gravendeel (thans gemeente Binnenmaas) om hem te bedanken voor zijn 23-jarig consulschap en hem het Gouden Ereteken van de Stichting op te spelden. De heer Van der Linden was sinds 1983 consul en heeft zijn werkzaamheden op een bijzonder goede wijze, met veel enthousiasme en inzet gedaan. Hij had de zorg over 6 Nederlandse en 1 geallieerd oorlogsgraf. Hij bewaakte de graven, rapporteerde regelmatig over de onderhoudstoestand en hield de Stichting op de hoogte van voor haar belangrijke informatie die speelde in de gemeente. Daarnaast begeleidde hij medewerkers van de Stichting bij hun periodieke bezoek aan de graven.

Na de zeer smaakvolle lunch met Texelse specialiteiten en het nuttigen van een 'juttertje', het lokale drankje, wisselden de groepen van programmaonderdeel.

Met de boot van 17.00 uur vertrok iedereen weer naar het vasteland.
Aan boord kreeg men in het atrium namens de gemeente Texel een afscheidsdrankje aangeboden. Wij kijken terug op een bijzonder geslaagde consuldag.



Renovatie Columbarium ereveld Menteng Pulo, Jakarta

Op het Nederlands ereveld Menteng Pulo te Jakarta bevindt zich een Columbarium, waar, na de Tweede Wereldoorlog, de urnen met de asresten van Nederlandse krijgsgevangenen die in Japan zijn overleden, werden bijgezet. In deze urnen-galerij staan 751 urnen. Tijdens een periodieke inspectie van het ereveld werd geconstateerd dat de houten dragers waarop de urnen geplaatst zijn, aan vervanging toe waren. Onlangs zijn deze werkzaamheden, die twee maanden in beslag namen, geheel in eigen beheer uitgevoerd.

De stoffelijke overschotten van de geallieerde krijgsgevangen die tewerkgesteld waren in Japan en daar zijn overleden, werden naar Japans gebruik gecremeerd en niet begraven. De asresten werden bewaard in tempels en mausolea. Na de capitulatie van Japan heeft de Amerikaanse Gravendienst zich over de urnen ontfermd en deze overgebracht naar hun basis in Manilla. Daar werden de urnen met de asresten van Nederlanders overgedragen aan de toenmalige Legergravendienst. De Legergravendienst heeft deze urnen overgebracht naar Batavia en bijgezet in een tijdelijk columbarium in het kantoorgebouw van deze dienst. Om de urnen een waardige laatste rustplaats te bieden, werd op het Nederlands ereveld Menteng Pulo naast de Simultaankerk een Columbarium gebouwd. Deze in rechthoekvorm gebouwde zuilengalerij is aan een zijde open en ligt rondom een vijver. Met houten dragers zijn in de muur nissen gecreëerd, waarop de urnen zijn geplaatst. De oorspronkelijke houten dragers zijn nu vervangen door exemplaren van Sonokeling, een eerste klas hardhout uit Midden-Java. Na het vervangen van de dragers zijn de personalia van de slachtoffers weer onder de urnen geschilderd.


Een letterzetter voorziet de dragers van een nieuwe tekst
Een letterzetter voorziet de dragers van een nieuwe tekst

Herdenkingsdienst oud-president Oorlogsgravenstichting

Op 5 oktober 2007 werd tijdens een druk bezochte herdenkingsbijeenkomst in de Kievietkerk in Wassenaar de heer W.F.K. Bischoff van Heemskerck, oud-president van de Oorlogsgravenstichting, herdacht. Namens de Oorlogsgravenstichting was een delegatie van het bestuur, directie, medewerkers en oud-medewerkers aanwezig. De heer N.W.G. Buis, president van onze stichting, sprak een herdenkingsrede uit.

De heer Bischoff van Heemskerck overleed op 28 juli 2007 in het Zwitserse Chateau d'Oex en werd daar ook begraven. De familie had er behoefte aan ook in Nederland een herdenkingsdienst te organiseren. De dienst werd geleid door dominee J.J. van Es en de organiste mevrouw A. Jansen verzorgde de muzikale omlijsting. De kleinzoon van de heer Bischoff, Daniel, las twee teksten uit de bijbel voor. Drie opvolgers van de heer Bischoff waren gevraagd een beeld te schetsen van het werkzame leven van de heer Bischoff. Een van die opvolgers was vice-admiraal b.d. N.W.G. Buis, president van de Oorlogsgravenstichting. In zijn herdenkingsrede wees de heer Buis erop dat de heer Bischoff de laatste president van de stichting was die het lijden in de oorlog aan den lijve heeft ondervonden. Ruim vier jaar zat hij namelijk gevangen in het concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn. Ondanks de verschrikkingen die hij daar moet hebben meegemaakt, leek hij, in elk geval voor de Oorlogsgravenstichting, eerder sterker dan zwakker uit de oorlog te zijn teruggekeerd. De heer Bischoff wordt binnen de Stichting herinnerd om zijn krachtige persoonlijkheid die hem in staat stelde om emotionele discussies op waardige wijze - getuigend van grote wijsheid - tot een goed einde te brengen, zonder daarbij mensen te kwetsen. Uit de redes van zijn andere opvolgers bleek dat de heer Bischoff aan de wieg van vele initiatieven stond. Tot slot gaf Freddy Bischoff van Heemskerck een beknopte levensbeschrijving van zijn vader.


Onderhoud geallieerde oorlogsgraven in Nederland

De Oorlogsgravenstichting (OGS) is verantwoordelijk voor het onderhoud aan 7944 geallieerde oorlogsgraven die verspreid in Nederland begraven liggen. Het betreft hier graven van Gemenebest militairen (Australiërs, Canadezen, Engelsen, Nieuw-Zeelanders) die gevallen zijn voor de bevrijding van ons land. Deze slachtoffers liggen begraven in plots op bijzondere en gemeentelijke begraafplaatsen. In de meeste plaatsen in Nederland is wel een graf van het Gemenebest te vinden. Dit wordt bij de ingang van de begraafplaats aangegeven met een groen bordje met daarop de tekst Oorlogsgraven van het Gemenebest.

De Oorlogsgravenstichting heeft twee mobiele teams in dienst, elk bestaande uit twee man, die jaarlijks 10.201 Nederlandse en geallieerde oorlogsgraven in Nederland verzorgen. Het onderhoud aan deze graven wordt uitgevoerd door de Oorlogsgravenstichting in nauwe samenwerking met de desbetreffende gemeente. De Oorlogsgravenstichting heeft met haar Engelse zusterorganisatie, de Commonwealth War Graves Commission (CWGC), werkafspraken gemaakt, waarbij is overeengekomen dat de oorlogsgraven op basis van wederkerigheid worden onderhouden. Dit betekent dat de OGS verantwoordelijk is voor het onderhoud van Gemenebest graven in Nederland en de CWGC voor de Nederlandse graven op CWGC-erevelden in het buitenland. Deze werkwijze bestaat al sinds 1951 en verloopt naar ieders tevredenheid. Regelmatig moeten graven grondig gerenoveerd worden. De stenen worden dan tijdelijk van de graven verwijderd waarna deze van een nieuwe betonnen fundering en omlijsting worden voorzien. Deze werkzaamheden worden door medewerkers van de OGS in eigen beheer uitgevoerd. Onlangs is op de gemeentelijke begraafplaats in Zoutelande in de provincie Zeeland een oorlogsgraf van het Gemenebest gerenoveerd. De onderstaande foto's geven hiervan een impressie. In Zoutelande ligt de Engelse navigator
A.P. MacLeod begraven, die is omgekomen toen de Mosquito waarin hij vloog op de terugweg van een bombardement op Brandenburg door een motorstoring in de Noordzee stortte op
29 januari 1944. Zijn lichaam spoelde aan op de kust van Walcheren op 5 mei 1944. Het lichaam van de piloot B.J. Brachi werd helaas nooit gevonden.


Het graf van navigator A.P. MacLeod voor ...



... en na renovatie.



Overname particuliere oorlogsgraven

Onlangs heeft de Oorlogsgravenstichting op verzoek van de nabestaanden het beheer en onderhoud van drie Nederlandse oorlogsgraven op de gemeentelijke begraafplaats te Winsum, Groningen op zich genomen. Inmiddels zijn door zorg van onze stichting drie nieuwe uniforme stenen op de graven geplaatst.

Met het klimmen der jaren wordt het voor nabestaanden steeds bezwaarlijker om het onderhoud aan graven goed te verzorgen. Naast de al vele jaren bestaande mogelijkheid om stoffelijke resten van oorlogsslachtoffers over te brengen naar centraal gelegen erevelden, heeft de Stichting nu ook de mogelijkheid geschapen om oorlogsgraven die in Nederland verspreid liggen, - onder bepaalde voorwaarden - in beheer en onderhoud over te nemen. De graven worden dan door de rechthebbende (vaak de familie) overgedragen aan de Stichting op voorwaarde dat de begraafplaatsbeheerder ermee instemt dat voortaan geen onderhouds- en/of grafrechten meer betaald hoeven te worden. De Oorlogsgravenstichting wordt rechthebbende op het graf en is verantwoordelijk voor het onderhoud. Het graf krijgt dan de status van Stichtingsgraf.

Op de gemeentelijke begraafplaats in Winsum gaat het om de graven van drie leden van de familie Zwerver. Twee broers (Meint en Rienk) zijn als verzetsdeelnemer gefusilleerd bij Norg op 8 april 1945. Hun zuster, Anje, werkte als koerierster voor de illegaliteit en is bij de strijd om de bevrijding van de gemeente Slochteren omgekomen op 14 april 1945.

Foto's van hun individuele grafstenen kunt u terugvinden in ons Slachtofferregister dat via deze website te raadplegen is. 

    



De van nieuwe stenen voorziene graven van de familie Zwerver in Winsum
De van nieuwe stenen voorziene graven van de familie Zwerver in Winsum

Urn Timo Smeehuijzen bijgezet op ereveld Loenen

Op donderdag 11 oktober 2007 is in besloten kring de urn met de asresten van soldaat eerste klasse Timo Smeehuijzen bijgezet op het Nederlands ereveld Loenen, gemeente Apeldoorn. Soldaat Smeehuijzen is op 15 juni jl. in Uruzgan omgekomen toen een zelfmoordenaar in Tarin Kowt de auto waarin hij reed opblies in de buurt van een Nederlandse patrouille waarvan Timo deel uitmaakte. Door de aanslag kwamen ook verschillende Afghaanse burgers, waaronder zeven kinderen, om het leven.

Tijdens de bijzetting spraken de humanistische raadsmannen bij de krijgsmacht Frans Kurstjens en Mart Vogels een overdenking uit. Mart Vogels bedankte de ouders van Timo voor het feit dat zij deze gebeurtenis, het laatste afscheid van Timo, met hem en de collega's van Timo wilden delen. “Jullie hadden ervoor kunnen kiezen bij dit laatste afscheid met elkaar, met de meest dierbaren aanwezig te zijn. Ik spreek namens alle collega's als ik zeg het heel erg te waarderen en het heel belangrijk te vinden om hier met elkaar te kunnen zijn. Hieruit blijkt dat Timo de eigenschap: het oog hebben voor een ander, van huis uit heeft meegekregen” aldus de heer Vogels. Vervolgens zei hij: “Hier, op het ereveld in Loenen, is zijn urn geplaatst. Hij is gestorven voor een missie die het doel heeft andere arme mensen, ouders en kinderen, in Afghanistan een veilig en beter bestaan te bieden. Een goed doel, waar hij ook van overtuigd was. Samen met hem kwamen zeven voor ons naamloze kinderen om. Laat zijn dood een aanmoediging zijn om de mensen op te zoeken die van goede wil zijn om samen een veilig en vreedzaam land op te bouwen. Vogels eindigde zijn toespraak met een eenvoudig “Dag Timo”. Ook de vader van Timo hield een toespraak. Een aantal militairen die samen met Timo diende in Uruzgan woonde de plechtigheid bij. Soldaat Timo Smeehuijzen rust op het ereveld Loenen in vak A, grafnummer 841. Het graf is ingericht met een liggende steen waarop zijn personalia vermeld staan.

Sinds 1989 worden Nederlandse militairen en burgers die omkomen tijdens humanitaire en vredesmissies aangemerkt als oorlogsslachtoffer. Zij kunnen dan worden begraven op het Nederlands ereveld Loenen. Dit ereveld, dat is aangelegd in opdracht van de Oorlogsgravenstichting, is geopend door Prinses Wilhelmina op 18 oktober 1949. Op het ereveld Loenen liggen nu 3740 Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven die op verschillende plaatsen en onder verschillende omstandigheden sinds 9 mei 1940 zijn omgekomen.

De Oorlogsgravenstichting is op 13 september 1946 in het leven geroepen en houdt wereld-wijd de nagedachtenis aan 180.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers in ere. De personalia van deze slachtoffers zijn opgenomen in het Slachtofferregister dat te raadplegen is via de website www.ogs.nl



Oorlogsgravenstichting richt oorlogsgraf Elnt Tom Krist in

Medewerkers van de technische dienst van de Oorlogsgravenstichting hebben op 15 oktober 2007 een steen geplaatst op het militaire rijksgraf van eerste luitenant Tom Krist.

Eerste luitenant Tom Krist maakte deel uit van de Nederlandse troepen in Afghanistan en is op 10 juli 2007 zwaargewond geraakt als gevolg van een zelfmoordaanslag in de Afghaanse stad Deh Rawod. Hij werd toen overgebracht naar het militair hospitaal in Helmand, waar voor zijn leven werd gevreesd. In kritieke toestand is luitenant Krist vervolgens overgebracht naar Nederland, waar hij overleed in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht op 12 juli 2007.

Op zijn graf op de rooms-katholieke begraafplaats te Berkel-Enschot is een bij de Oorlogsgravenstichting in gebruik zijnde uniforme grafsteen geplaatst, waarop naast de personalia, militaire rang en het legeronderdeel, ook de Nederlandse Leeuw en de aanduiding Koninkrijk der Nederlanden vermeld staan. Op verzoek van de nabestaanden is op de grafsteen een persoonlijke inscriptie aangebracht. Deze tekst die door het slachtoffer zelf werd gebruikt, en daardoor voor zijn nabestaanden een bijzondere betekenis heeft, luidt: "Splijt een stuk hout en ik ben er, pak een steen en ik zal er zijn". Het graf zal door de Oorlogsgravenstichting periodiek worden onderhouden en jaarlijks geïnspecteerd.

De personalia van eerste luitenant Krist zijn inmiddels opgenomen in het Slachtofferregister dat via deze website te raadplegen is.



Nieuw documentatiecentrum Bergen-Belsen geopend

Op zondag 28 oktober 2007 is bij het terrein van de Internationale gedenkplaats Bergen-Belsen een nieuw documentatiecentrum in gebruik genomen. In het centrum is een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van het voormalige concentratiekamp ingericht. De bijeenkomst, die door ruim 1000 genodigden werd bijgewoond, bestond uit twee gedeelten. 's Morgens was er een bijeenkomst georganiseerd in het Officierscasino op de Britse legerbasis Hohne te Belsen. Aansluitend begaf het gezelschap zich naar de gedenkmuur op het voormalige kampterrein waar enkele kransen werden gelegd ter nagedachtenis aan de omgekomen slachtoffers. Na de lunch overhandigde de architect de sleutel van het nieuwe centrum aan de voorzitter van de Stiftungsrat Niedersächsischer Gedenkstätten, waarmee het gebouw en de tentoonstelling officieel werden geopend. De genodigden kregen vervolgens een uitgebreide rondleiding door het gebouw. Namens het Koninkrijk der Nederlanden was Mr T. Halff, consul-generaal te Hamburg, aanwezig.

Tijdens het ochtendprogramma kwamen verschillende autoriteiten, overlevenden en vertegenwoordigers van oud-gevangenen, waaronder militairen, verzetslieden, Joden, Roma en Sinti, aan het woord. De heer B. Busemann, minister van Cultuur van de deelstaat Nedersaksen en voorzitter van de Stichting Gedenkplaatsen Nedersaksen als mede initiatiefnemer voor het nieuwe centrum, heette de genodigden, waaronder ruim 100 overlevenden van het kamp, welkom. De heer Busemann onderstreepte het belang om de herinnering aan de verschrikkingen die in Bergen-Belsen hebben plaatsgevonden, levendig te houden. En wel op een zodanige wijze dat met het verstrijken van de jaren de gebeurtenissen niet zullen vervagen. Hij sprak daarbij zijn grote waardering uit voor de overlevenden en nabestaanden die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van de nieuwe tentoonstelling. Als tweede spreker kreeg de heer C. Wulff, minister-president van Nedersaksen, het woord. Hij zei dat een van de belangrijkste opgave van de tentoonstellingsbouwers was de gebeurtenissen in het voormalige kamp zodanig weer te geven dat daaruit lering getrokken kan worden. Hij is van mening dat zij daarin geslaagd zijn. Maar ook dat de herinnering aan de oorlog een aansporing moet zijn om ons te bezinnen op waarden en beginselen van de huidige democratische rechtsstaat die Duitsland is. Persoonlijke reflectie is daarbij essentieel, aldus de heer Wulff. De nieuwe aansprekende inrichting van de tentoonstelling stelt de bezoeker in staat zich af te vragen: Wat zou ik gedaan hebben? Hoe had men dit kunnen voorkomen? Hoe kon het toch zover komen? Vervolgens sprak de Duitse minister van Cultuur, de heer B. Neumann. Hij wees erop dat het levendig houden en herdenken van gebeurtenissen uit de naziperiode een belangrijke taak is van de centrale overheid. Zij stelt middelen ter beschikking en schept voorwaarden hoe dit gerealiseerd kan worden. Voorts constateerde hij dat het proces van gedenken en herdenken een ontwikkeling door maakt. Sinds het einde van de oorlog is nu voor de derdemaal een tentoonstelling bij het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen ingericht. Volstond pakweg twintig tot dertig jaar geleden nog het tentoonstellen van foto´s en documenten, thans wordt grote waarde gehecht aan het gesproken woord van overlevenden en ooggetuigen. Voordat deze generatie zou wegvallen, is besloten hun ervaringen op video vast te leggen. Deze indrukwekkende getuigenissen zijn nu een belangrijk onderdeel van de huidige tentoonstelling. De woorden van overlevenden zijn zeer aangrijpend en hebben een grotere impact dan geschreven teksten. Ontkenning is niet meer mogelijk. Dr. Henry Friedlander concentratiekampoverlevende en historicus is, als voorzitter van de internationale commissie van deskundigen, mede verantwoordelijk voor de opzet van de nieuwe tentoonstelling. Tijdens zijn toelichting vertelde de heer Friedlander dat hij gewoonlijk geen persoonlijke uitspraken doet, maar vandaag maakte hij daarop een uitzondering. Door het onderzoek is hij er van doordrongen geraakt dat zijn moeder, die hij voor het laatst in Auschwitz had gezien, mogelijk begraven ligt in een van de vele massagraven in Bergen-Belsen. In het laatste oorlogsjaar zijn namelijk vele transporten met Joodse vrouwen naar Bergen-Belsen gekomen. Hij vreesde dit nooit te weten te zullen komen. Hij sprak de wens uit dat door verder onderzoek ooit duidelijkheid komt in de vele vermissingen die de holocaust te weeg heeft gebracht. Tot slot dankte hij alle medewerkers voor hun inspanningen.


Na de lunch werd het betonnen gebouw waarin de tentoonstelling is ingericht geopend. De genodigden kregen tijdens een rondleiding een uitgebreide toelichting gekregen. Voor het eerst is een aanzet gemaakt om de volledige geschiedenis van het kamp Bergen-Belsen zichtbaar gemaakt. Deze is chronologisch uit drie perioden opgebouwd. Het kamp was in 1939 oorspronkelijk gebouwd voor het onderbrengen van Poolse en Sovjet-Russische krijgsgevangenen, maar zij kregen in de vorige twee tentoonstellingen niet zoveel aandacht. De reden daarvan was dat veel archievenstukken nog niet beschikbaar waren. Na het vallen van de muur kwam zoveel informatie vrij dat de tentoonstelling begint met documenten, foto's en videogetuigenissen van oud-krijgsgevangenen. Zeer veel moeite is gedaan voor het achterhalen van hun namen. De volgende periode omvat het eigenlijke concentratiekamp Bergen-Belsen 1943-1945. Tot slot is er aandacht voor het zogenoemde Displaced Persons Camp 1945-1950.


Bezoeker bekijkt videogetuigenis van Hannah Goslar in het nieuwe documentatiecentrum
Bezoeker bekijkt videogetuigenis van Hannah Goslar in het nieuwe documentatiecentrum

Duits plein vernoemd naar Anne Frank

Ter gelegenheid van de onthulling van de tentoonstelling is besloten het plein waaraan het nieuwe documentatiecentrum gebouwd is, te vernoemen naar een van de bekendste slachtoffers van het concentratiekamp Bergen-Belsen, namelijk Anne Frank. Het Anne Frank-fonds in Bazel heeft daarvoor toestemming gegeven. Uiteraard is voor Anne Frank een plek in de tentoonstelling ingericht. Haar ervaringen tijdens de onderduikperiode in Amsterdam is door haar dagboek Het Achterhuis zeer bekend. Na haar arrestatie, in augustus 1944, kon zij niet meer in haar dagboek schrijven. Daardoor is het hetgeen wat haar daarna overkwam minder bekend. De tentoonstellingsbouwers hebben dat opgelost door drie vrouwen, Janny Brandes-Brilleslijper, Hannah Goslar en Rachel Frankfoorder, te laten vertellen over hun latere persoonlijke contacten met Anne. Hun videogetuigenissen zijn ook in de tentoonstelling opgenomen.


Grafinrichting voor Tim Hoogland

Medewerkers van de Oorlogsgravenstichting hebben op 6 en 7 december 2007 de grafinrichting op het militaire rijksgraf van Tim Robert Hoogland geplaatst.

Soldaat 1 Tim Hoogland sneuvelde tijdens een vuurgevecht op 20 september 2007 in de omgeving van Deh Rawod en werd op 1 oktober begraven op de nieuwe gemeentelijke begraafplaats Dennenhof in Den Ham.

Op zijn graf is een bij de Oorlogsgravenstichting in gebruik zijnde uniforme grafsteen geplaatst, waarop naast de personalia, militaire rang en het legeronderdeel, ook de Nederlandse Leeuw en de aanduiding Koninkrijk der Nederlanden vermeld staan.
Op verzoek van de nabestaanden is op de grafsteen een persoonlijke inscriptie aangebracht. Deze tekst luidt: "Verliezen maar niet verloren. Voor altijd in ons hart. Rust zacht lieve Tim".

Het graf zal door de Oorlogsgravenstichting periodiek worden onderhouden en jaarlijks geïnspecteerd. De personalia van soldaat Tim Hoogland zijn inmiddels opgenomen in het Slachtofferregister dat via deze website te raadplegen is.



Een medewerker van de Oorlogsgravenstichting legt de laatste hand aan de grafinrichting van soldaat 1 Tim Hoogland
Een medewerker van de Oorlogsgravenstichting legt de laatste hand aan de grafinrichting van soldaat 1 Tim Hoogland


Disclaimer